Amsterdam dinsdag 16 januari 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




PoŽzieslag September 2007, 10e Seizoen

Ouderwets Spannend in Festina Lente
Verslag door Pim te Bokkel

Omdat Aukelien Weverling (de vaste poëzieslagverslaggever van Festina Lente, uw favoriete schrijfster) zo druk druk druk was, schrijf ik dit. Het verslag van de eerste Amsterdamse poëzieslag van het nieuwe seizoen. Laat mij beginnen te zeggen dat het onderscheid tussen gedicht en persoon op een podium vaak lastig te maken is. Als toeschouwer moet je het doen met die ene verschijning. Iemand bedoelt iets, doet zijn best en iedereen kijkt toe. Wanneer de voordracht slecht of mislukt is, staat daar nog altijd de mens die zijn best doet. Dat is de harde werkelijkheid van het podium. Dat maakt de moed van de deelnemer van een poetry slam bewonderenswaardig. Op de avond van 18 september 2007 betraden acht moedige deelnemers het podium. Het was de eerste slag van het tweede lustrum. “Het tiende seizoen van 's lands eerste en enige echte poëzieslag,” vertelde uw favoriete presentator Sander Meij. “Inderdaad,” zei Simon Vinkenoog. Het jurylid begon een spetterende voordracht over de “wanklank in de klinkers” en de taal der dingen en maande de dichters alsjeblieft veel poëzie te lezen “alvorens te proberen het wonder van de poëzie te bereiken.” Sander beaamde dat en kondigde de dichters van de avond aan.

De eerste ronde
Met de wanklanken waar Simon V. zo bang voor was viel het erg mee. Van de acht deelnemers sneuvelden er vier in de eerste ronde. Wat zal ik over hen zeggen? Het waren geen vervelende mensen om naar te luisteren, maar... Eén vrouw las gedichten die erg sonnetterig waren; te archaïsch om overtuigend te zijn. Vrouw nummer twee – voor de feministen en fijnproevers onder ons – droeg geen bh, maar had een mooie pet. Een meisje uit het publiek had waarschijnlijk een kater en zat ondertussen schandalig te knikkebollen. Er werd gelachen. Dit alles leidde de aandacht enigszins af van de voordracht, wat ook niet heel erg was. Maak alsjeblieft meer contact met het publiek, dacht ik. Iemand die als graaf Dracula, gedragen gedichten las sneuvelde eveneens voordat de Amsterdamse zon goed en wel onder was. “Teveel theater om spannend te zijn,” noteerde ik. En, ten slotte, haalde ook een sympathieke man van 73 de tweede ronde niet. Hij declameerde als een goede opa. Net iets te enthousiast over het verhaal voor de kleinkinderen. Maar de kinderen lachten, want opa was aan het woord en sprak over Petrus aan de hemelpoort met een laptop.

De tweede ronde
De dichters die de tweede ronde haalden waren stuk voor stuk goede, of potentieel goede dichters. Xander van der Drift las in de eerste ronde snel voor. “Rust, rust, rust...”  noteerde ik, maar een zin over iemand die zijn neus kapot snoof tot er een euro in paste, mocht er zeker zijn. In de tweede ronde noteerde ik: “Drugs, drugs, drugs...” De voordracht was inmiddels beter, rustiger en het gedicht dat eindigde met de beste ready-made sinds de sixties was ook erg goed: “Geen fratsen, dat scheelt.” Toch bleef Sander maar zeuren over het verslaafdenbestaan. Het “baarmoederparadijs” van de finale werd  hem niet gegund.

De finale
Voordat de finalisten bekend gemaakt werden las uw lievelingsauteur Walter van den Berg voor uit zijn nieuwe, tweede roman West. De finale ging dit keer tussen drie deelnemers. Marijn Baas, Jan Ketelaar en Jurgen Smit.
Marijn bouwde met zijn eerdere voordrachten in Festina enigszins de reputatie op (of moet ik zeggen: het vooroordeel) een arrogante dichter te zijn. In de eerste ronde rekende hij genadeloos af met dit oude imago. Zijn nieuwe werk gaf blijk van enorme vooruitgang. Arrogant en theatraal is Marijn niet op zijn best. Hij is het beste als het lijkt alsof hij oprecht pijn lijdt en gedichten voorleest over een vrouw van 1.67 neus: “Jij had een vrouw bestaand uit neus”. Jammer genoeg kon hij het niveau van de eerste ronde niet vasthouden en kakte hij in de latere ronden een beetje in. Marijn ging er vandoor met de publieksprijs.
In de eerste ronde van Jan Ketelaar (een potzenmaker, als ik het goed verstaan heb) ontdekte ik dat Festina een ventilatiesysteem had. Het publiek was zo stil! Het keek steeds met piepkleine oogjes uit naar Jans gortdroge slotakkoord: “Plant voort / Kneed de poes in het licht / Einde gedicht”. Of in de tweede ronde: “Toen dacht ik / Eerst maar eens een tijdje drinken / Dat ging goed”. In de finale wist hij zelfs op niet vervelende  wijze over het zaad van de man te dichten (stel dat het transparant was, dan was er niets aan de hand). Jan Ketelaar had zomaar een winnaar kunnen zijn, maar ging naar huis met een wild-card voor de beruchte jaarfinale op de brug.
Iemand die Jan Arends als favoriete dichter opgeeft, zoals Jurgen Smit dat deed, is sowieso mijn favoriet. De boomdunne Jurgen schreef in de eerste ronde al gedichten met regels als “jij rochelt zelfs sepia”, maar speelde het daar nog teveel op de anticlimax. Later overwon hij dit euvel. “Ja, benoem het maar.” In de tweede ronde herschreef hij de vaderlandse geschiedenis door te stellen dat 1953 een goede tijd voor water was en liet hij een gedicht over de oorlog beginnen met de onsterfelijke regel: “In de schuur waar opa zich ooit verhing...” Normaal gesproken heb ik een hekel aan mensen die zo nodig de Styx in een gedicht moeten proppen, maar bij hem werkte het. Met zinnen in de geest van Jan Arends, zinnen als “morgen wordt je negentien, misschien”, werd Jurgen Smit verkozen tot de winnaar van de avond.

Het was ouderwets spannend in Festina. De concurrentie tussen de dichters was moordend, maar de jury (inclusief de nieuwe aanwinst Bernard Wesseling) bleef kalm en deskundig. Voor deze keer was ik het zelfs met ze eens. Ik zou bijna zeggen dat het een enerverende avond was, maar wat betekent dat woord? Ik denk altijd aan de prikkeling die uit een glas Spa Rood opspat wanneer je drinkt; en prikkelend was de avond zeker, maar niet iedereen dronk Spa Rood. De opening van het tiende seizoen van de Festina Lente Poëzieslag was een lustrum waardig. Er werd geproost. Geloof me, kom de volgende keer (16 oktober) kijken of beter nog: doe mee door je in te schrijven op de website van café Festina Lente (www.cafefestinalente.nl). Tot ziens!

Pim te Bokkel.