Amsterdam zaterdag 18 augustus 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Poezieslag November 2007, 10e seizoen

En jawel, de derde poezieslag van het tiende seizoen ging over seks.
Door MARTIJN DEN BAKKER.  

En jawel, de derde poezieslag van het tiende seizoen ging over seks. Wij wisten het ook niet vantevoren. Aukelien die normaal gesproken deze stukjes schrijft, wist het blijkbaar wel en was er al meteen ziek vangeworden. En omdat Pim, haar vaste vervanger, het blijkbaar ook al aan zag komen, en uit pure wanhoop maar wat later kwam, bleek ik zowaar de aangewezen persoon om dit stukje d’r uit te kwakken.       

Bij deze mijn premature excuses. En kom maar op! Sander doet zijn woordje, Simon houdt zijn mond, en Martijn zoekt bij Jorrit achter de bar naarstig naar het papier waaraan alle dichters toch zo’n hekel moeten hebben.  Laura mag de avond beginnen. Ik neem mijn eerste gratis bier. “Virtuoos vingeren zoals moeder gehakt kneed”, zegt zij. ‘Proost’, roep ik meteen, ‘deze avond is mij op het lijf geschreven.’ Maar ze gaat door; “mannen met lichamen” en “mannetjes, die jongens”...Sapperju, we zitten op dezelfde lijn, babe! Maar jandikkie, is dat lijntje dun.  

Dan Gerben, uit Amersfoort. Die zit er ook op. “Mooie mannen dichten niet”, begint hij. Maar daar ben ik het persoonlijk natuurlijk niet mee eens. Dan vervolgt Gerben dat ‘alle dichters leugenaars zijn’ en ‘papieren mannen, die stil zijn, en niet turven, of durven’. Lariekoek, natuurlijk. Dat weet hij zelf ook best Bob mag als derde, en kondigt een liefdesgedicht aan. Wij heffen gepast het glas. “Als kleren konden praten”, zegt hij... inderdaad, dan wisten we het wel. Maar dat kunnen ze niet, dus Bob rept verder, vol rijm, en binnenrijm en alliteraties over “tepelstijf stollende combinaties”, en het heeft allemaal een soort lievigheid, tussen de mannelijke punchlines door, maar ‘zo stoer als je neukt, zo onbehouwen kom je klaar’, zei een wijs ervaringsdeskundige al eens, en misschien was dat het.  

Dan Merijn, die in Bergamo ‘haar haar heeft zien bladzomeren’... –dus die weet het ook. Hij heeft het verder over de streepjes van haar t-shirt, en nog zo het één en ander aan mistroostig romantisch kledingleed, maar hij geeft niemand de schuld. Zelfs de H&M niet, en dat had ik natuurlijk wel gedaan, dus das knap. Hij vat het zelf goed samen in de zin, “dat we er misschien maar eens aan moesten wennen”. “Daar mag ‘ie het dan eens met Yvonne Kroonenberg over gaan hebben”, zegt een mooie jonge dame aan de bar. Die krijgt van mij een knipoog. -Tuurlijk. En verrek, daar hebben we Kapitein Lafbek weer. Die kennen we nog van het vorige seizoen. Altijd leuk. Maar, wat blijkt,

Kapitein Lafbek heet geen Kapitein Lafbek meer. Een man een man, een woord een woord, ofzo, dacht ik, maar nee; hij heet nu anders. Ik weet niet hoe...ik wil het niet het weten.Hij heeft het over ‘de frele pingelkoning’. En ‘kickse’. Heel mannelijke voetbal-taal, natuurlijk. Ik hou niet van voetbal. Maar wel van ‘de kast uit tuimelen’. En van ‘pussypower’ die ‘uitgeteld is’. En de daarop volgende punchline; ‘Mooi niet, zei zij... en ze bleek gelijk te hebben’.  

Toen werd het pauze en bleek de toon gezet.         Het kwam mij niet goed uit. Ik was juist verliefd en blij en vrolijk en zag roze wolkjes everywhere. Als liefde nodig is om gedichten te schrijven, dan ben ik op den duur de lul. -Dat weet ik ook, maar dit...effe niet, zeg.  Na de pauze, mag Freek op, en Freek is een Belg en dat is natuurlijk heel erg actueel. Tel daarbij op dat Freek een ingewikkelde ‘dat kan alleen in Belgie’-opleiding voor acteur/radio-maker of iets dergelijks doet, en je begrijpt dat de verwachtingen hoog gespannen waren. Maar nee. Hij doet, hoe kan het ook anders, een gedicht over een geliefde. Ik hoopte dat ze denkbeeldig was, maar ze was het niet, zo blijkt, want Freek heeft het over alles wat ze niet hoeven, omdat het gewoon niet hoeft. Want het hoeft niet, en zo is het goed. Dus het hoeft ook niet anders, en het hoeft ook niet beter. En eigenlijk hoef je het er dan ook niet over te hebben, denk ik, maar dat doet Freek dus juist wel. En Freek hoeft vast ook geen applaus, maar ook dat krijgt hij juist wel, en zo is het dus toch weer goed. “Hoef jij nog een biertje” –vraagt mijn tafelgenoot.“Ik hoef effe helemaal niks meer” zeg ik. En zo is het goed.  

Dan Joanna. Joanna heeft iets vertaald, maar, zo blijkt al snel, ze beheerst de uitspraak van onze taal nog niet. Dat is niet jammer voor de taal, maar wel voor Joanna. De spaarzame keren dat we haar verstaan, heeft ze het over ‘bloemen’, en ‘vruchten’, ‘Rosemarijn’ en ‘zuigen op malse stelen’. “Welja, een geile botanicus –dat ontbrak er nog maar aan...” zegt mijn tafelgenoot.“Van mij hoeft het ook niet” zeg ik.  

Ad-Jan hoeft wel. Sterker nog; hij moet. Bij hem werden ‘lichaam en geest’ op weetikveel welke datum ‘één’. Dus vandaar dan, waarschijnlijk. Homerus kent ie ook. “De roze vingerige dageraad, kriebelt de ondergaande zon”... hij zei het echt. Hij zei ook “ik ging bij je vandaan, en zette champagne bij je raam”. “Hoe diep kan je gaan”, vroeg hij zichzelf  iets later gelukkig af.“Kijk, dáár heb je nou dat fingerspitzengefûhl voor”, zegt een meisje tegen haar vriend. Ach ja...Venus. Ik had het wel geweten... 

De avond lijkt intussen beyond repair, gelijk de liefde en de ozonlaag. Maar Jan heeft de logica gevonden, dus dat lucht op!Hij heeft namelijk een gedicht over wiskunde. Eindelijk; ìets wat haaks staat op die verdomde liefde. Jan; enlighten us, please! En dan komt ie; met ‘if not, then’ en ‘else’ en ‘einde als’. En ik wilde het heel graag volgen, maar ik moest ineens ook  heel erg denken aan mijn eerste computer. Dat was zo’n IBM-kast, met Word 3.0 en Nibbles (nu Snake) als enige spelletje. Dat was geschreven in Q-basic, een programmeer-taal die ik een beetje snapte, waardoor ik met wat gerommel de saaie levels over kon slaan, en dus meteen in level 5 begon. Maar, waar the fuck was dat ding? Daar stonden nog heel wat gedichten op. Over mijn eerste liefde ook, Jan. Verdikkie.  Escape... return.Delete. “Ga terug, keer om” zegt Jan zelf. Ik zeg; Jan, keer zelf terug, want ik heb zo’n vermoeden dat het klopt.  

Toen moest Willem als laatste van de eerste ronde. Willem vergist zich tijdens zijn voordracht in de dagen, maar het waren danook nummerieke dagen, dus dan kan dat. De rest was helaas wat minder onvoorspelbaar. We zagen de inkoppers al drie zinnen van te voren aan komen en declameerden vrolijk met hem mee.  ‘Sex was het niet’. Dank je wel Willem, die kon er ook nog wel bij.  Tijdens de pauze deelt Merijn flyers uit voor het NK Poetryslam 2007, op 8 december in Tivoli, Utrecht.         Dat vind ik heel goed van Merijn. De Winnaar van vanavond, staat namenlijk volgend jaar in Juni op de roemruchte brug tijdens de Festina Lente Jaarfinale, en de winnaar daarvan staat dan volgend jaar voor Festina in het NK. En dat mag je best weten, als dichter.        

Het NK is namelijk een big deal. Dat is spannend. Dat is goed. Daar is het medogenloos. Daar is het alles of niets. En daar hebben het over, daarvoor en daarna. Dus, als je echt wilt weten wat een Slampoet is, moet je daar gaan kijken. En verder zeg ik niks. 8 december. Tivoli, Utreg. 20:00 uur. 9 strijdende dichters die slammen als een malle! Hierrrrr, die fucking Albatros... HIER met dat ding! Pardon. De jury is er uit; Bob, Merijn, Robert en Freek mogen nog een rondje. En wij gaan er weer voor zitten. Even serieus nou.  Bob heeft zijn jas nog aan. Dat valt op. Hij heeft het over neuken. Over ‘geilvuur’ en ‘lustig likken’ en zelfs over ‘Weltschmerz neuken’. –ik moet er niet aan denken, Bob, van mij hoeft het allemaal niet meer; ik reken het niemand persoonlijk aan, maar mij is deze avond elk libido ontnomen door een stel woordneukers van heb ik jou daar. -En dan ben ik nog wel verliefd!        

Je neukt gewoon niet op papier, en een voordracht kan heel geil zijn, zelfs welhaast seks, maar dit was het niet. Het tweede gedicht was het wel; niet vrolijk, maar wel goed en Bob kreeg er even ijzig cool de kroeg mee stil.        Dat zijn De Momenten.Maar, Bob heeft het liever over “trillend vlees, rillende tepels, waarop geduikeld, hoe vaak gestruikeld”. De mannen in de kroeg applaudiseren wild. Herkenning!“Waar is Goedele als je d’r nodig hebt...” zegt mijn tafelgenoot. “Kun je dat niet Google?” zeg ik.  Merijn dan, die draagt een beetje stilletjes voor. Dat past ook bij zijn teksten, die zijn vrij beschouwend, maar je moet wel heel erg opletten. Hij heeft een zin als “de stoel zat achter het buro”, en daar had mijn hoofdje wel wat mee, maar om mijn bedenkelijke blik werd weer gelachen. “Er kon geschreven worden”, is net zo. Naast mij werd later gevraagd ‘of dat nou Latijn was, net’. Het antwoord was “ik was uitgeschakeld”.Het kwam misschien een beetje door de avond, maar Merijn kon met zijn teksten de kroeg niet voor zich winnen.  

Albert daarentegen wel. Die vond zichzelf steeds beter. Misschien ook omdat ‘ie nou geen Kapitein Lafbek meer heette.   Hij had het over “hout van boven de boomgrens”, en had zinnen als “we ontzegden hem de humor niet, dat was het niet, maar lachen bleek ineens een vak apart.” -die werken wel. “Jij torent waar ik weerspiegel, jij bouwt waar ik begraaf” ook. En hij wist het goed te brengen. En het ging niet over liefde, en ook niet over seks, dus dan steek je er op een avond als vanavond al vrij snel bovenuit. Freek had me even bij de lurf. Het rijmt te veel, maar een zin als “ik pen, jouw ogen, die ik nooit in jou herken, als je bij me bent”,  doet het voor mij altijd wel, en zeker nu natuurlijk. Freek gaf de avond ook zijn hylarisch hoogtepunt met zijn gedicht over seks. “Altijd zal ik denken; dus dit is seks” was daarvan de punchline, en die zit er bij ons voorlopig nog wel even in. Waarvoor dank, Freek. Sterkte verder; je bent Een Lieverd. En toen moest de jury de finalisten zien te vinden.        

Er waren dichters die weer wilden gaan, omdat ze toch niet in de finale zaten, en er waren dichters kwijt. Geachte aanwezigen; zo worden wij geen vrienden met Simon! U blijft. U blijft tot het bittere einde waar wij allen zo verzot op zijn; het bittere einde dat wij als mierzoete honing tot ons nemen. Zo blijft U. Vrijblijvend. En hoogdravend. Van bovenaf en naar beneden, horizontaal, diagonaal of verticaal, het is mij om het even; U blijft.-Bij deze. Van de jury moest Albert de finale in, en van het publiek moest Freek het. Ik bestel nog maar een rondje voor de trouwe tafel. “Gelukkig, ben ik geen dichter” zegt Freek zijn eerste zin.“Oh God, daar gaan we weer”, verzucht mijn tafelgenoot. Later zegt Freek “alleen is ook maar zo alleen” en “goh, wat zijn we bezig dood te gaan”.“Ok, hij heeft gelijk; het is geen dichter” zegt mijn tafelgenoot. Maar juist dan komt Freek met een gedicht waarin hij alles bekijkt en beschrijft als een dichter. En is niet alleen hij ‘elke richting volledig kwijt’, maar mijn tafelgenoot ook. De arme kerel kon de oneindige cirkel-visie van Freek duidelijk niet aan.  

Albert weer wel. Die zegt gewoon “ik heb niet om haar gevraagd”. Of  “op een dag, knijp ik in haar tieten” en dan doet hij dat ook nog eens ergens op een vulkaan. Nou, van mij mag ‘ie.Hij had het in een goed gedicht ook over ‘het aantal stoplichten onderweg’ dat ‘deels de levensduur van de dieren bepaald’. -Albert rijdt graag auto, dat blijkt, maar het zijn wel zinnen. “Slaap, maar vervaag niet” is eveneens raak. De beste echter, van vanavond, was ‘lap alle geilheid aan uw laars’... maar mooier kon die niet uitkomen natuurlijk, op deze avond.   De winnaar was niet de onmacht, deze keer. Niet de liefde ook. Gelukkig niet. En de winnaar was zeker niet de seks...en als er na vanavond uberhaubt nog iemand seks heeft, wil ik er persoonlijk niks meer over horen. 

De winnaar was een ‘plekkerige Corsa’. -Albert Bobbeldijk, formerly known as... Bernard Wesseling doet zijn eerste live jury-rapport en doet dat op geniale wijze en heel erg als zichzelf en zo zien we hem ook graag. Sven Ariaans doet de nazorg voor verlorenen. Simon Vinkenoog stapt in een taxi op weg naar het beloofde lusthof. Sander Meij is uitgepresenteerd en evalueert de meest erotisch avond van zijn leven in zijn eentje aan de bar. En ik drink mijn toekomstig verdriet vast weg, want ze gaat over een week een half jaar naar Australie, jongens. En nu jullie weer.  

“Zijn ze nog gratis, Jorrit?”  -Ze zijn het.   Op de liefde, dichters. Proost!

DICTIE Van: Albert Bobbeldijk 

Ze had een uitgesproken boerinnengelaat
Maar ze sprak met de dictie van een dame 

‘een gouden telefoonstem...’zei men op haar werk.
‘klokzuiver en melodieus...’zei de vader van een vriendin. 

‘Meid, jij bent je eigen luistertoets!’had eens haar mentor haar gesteld. 
Mij was het grotendeels te doen om de kreetjes bij ons duist’re rollenspel.