Amsterdam dinsdag 16 januari 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Poezieslag Mei 2008, 10e seizoen

Lieve Aukelien,

Hoe is het in Istanbul? En hoe gaat het daar, met je moeder enzo, maar ook sociaal-economsich gezien? We horen hier de gekste dingen, hoor. Vooral van dichters.

Daar wil ik het trouwens even met je over hebben. Ik kwam afgelopen dinsdag namelijk nogal nietsvermoedend naar de maandelijkse poezieslag in Festina Lente en ik was een beetje vroeg want ik moest nog ontbijten, maar toen kwam die malle Felix dus naar me toe met “oh wat leuk, ga jij het verslag schrijven?”
En ik wist helemaal van niks!
Niks, Aukje... niks.
Dat had je me best even mogen zeggen, vind ik.
Dan had ik bijvoorbeeld mijn gelukspen mee genomen. En dan had ik ook meteen meer eten besteld -dat was immers toch gratis, ineens.

En dan die avond, Auk! 13 dichters deden er mee!
En ik had net 3 hele leuke dagen gehad, he?!  Maar echt: 13 fucking dichters, Auk...
DERTIEN!
Dat wens je je ergste vijand nog niet toe, maar jij.... nouja, laat ik zeggen: je weet de avonden waarop je er nìet bent zeer geestig uit te kiezen.
En ik hoop dat het lekker gaat, met je research en je fucking boek over dat klote-Instanbul, en ik gun het je van harte mopje, echt: maar kom op...

Nou ja, lieverd, laat ik het maar gewoon eerlijk zeggen: ik doe het niet, dat ‘verslagje schrijven’ -ik kan het er gewoon niet bij hebben; ik zit vol. Ik ben poetisch en sociaal-creatief totaal overspannen. Ik kan geen rijm meer horen. En geloof me: alles rijmde gisteren. En iedereen maar zeggen dat het nivo veel hoger was dan de afgelopen maanden.
Niet dat wij zo kritisch zijn, natuurlijk...
Maar fucking hell: wat was het nivo hoog. Alle 13 goed, was het.

Het begon al met Xander v/d Drift (je weet wel; van die afkick-gedichten over coke en en de Dirk), die had een serie ‘klein geluk’-gedichtjes gemaakt. Light-verse met een zwart randje... en die serie bestond dus uit 75 gedichten, Auk! Vijf-en-fucking-zeventig, ja! Wil je voor mij een hele goede fles wodka mee nemen? Het is jouw morele verplichting –bij deze.
Gelukkig deed ‘ie er maar een paar, sloeg ‘ie er eentje over en raakte ‘ie zelf op een gegeven moment ook de tel een beetje kwijt, maar toch; wodka!
Toen kwam Ditmar Bakker. Met zijn sigaret. Die begon gewoon met een gedicht dat over het gedicht zelf ging. Ja? Ja.  En daarna deed ‘ie vrolijk ‘een sonnetje’ dus rijm was everywhere.  Zelfs in de ‘ballade v/d verongelijkte roker’ waarin hij ‘genotsstaaf’ zei, Auk; ‘genotsstaaf’. Hij zei het echt . En ik rook graag –heel graag, dat weet je. Oh, en nu ik er toch aan denk: neem even een slof  van die oost-europese asfalt-stroken voor me mee, wil je;  lekker goedkoop en maximaal effect. Bovendien heeft Bernard alles van me opgerookt in de Doffer, na afloop. Maar dat is een ander verhaal.

Mike Plaatenkamp heeft dat ook: een verhaal –dat kan niet anders.  Hij is die jongen uit Utrecht van Poezieplaats.tv ofzo. Hij  kwam dus even zichzelf zijn en hij had voor de gelegenheid de ‘eeuwige eenzaamheid’ mee genomen.
Hij was eigenlijk wat Ditmar probeerde te zijn: persoonlijk, origineel en echt: keihard echt.
Jurre v/d Berg kwam daarna ook meteen een dichter imiteren. Hij leek nogal op onze Pim –kwa voordracht enzo. Die voordracht had hij heel erg. Meer dan Pim, ook. Hij overdreef het tot op het punt waar hij ‘schreeuw het uit’ uitsprak zoals je gevingert zou willen worden.
En toen kwam de pauze, Auk. En toen zei iedereen dat het nivo nu al ‘veel hoger’ was dan eerst en ik mistte je en ik mistte je niet zo’n beetje ook.

Maar na de pauze kwam Bart Patberg met zijn stem. Die stem moet je een keer gehoord hebben, trouwens; die past zo mooi bij dat Eindhovens’ accent –da’s niet normaal. Ik kon er geen notities meer door maken: zo dus. En toen ik er een beetje overheen was, bleek hij ineens een gedicht te vertolken uit naam van een tafel. ‘Ik draag al jaren je koffiekan’ zei ‘ie o.a. en ik vond het allemaal tamelijk verrassend.

Toen kwam er nog een verrassing (ja, het tempo lag er lekker op): Franzeska Frenz. Da’s een oud-collega van me. Ze heeft er kennelijk 2 jaar over gedaan om naar Festina te komen met een gedicht. Is ze er eindelijk; doet ze er maar 1. En het was een mooie hoor; Bernard en ik waren fan. Heel volwassen vrouwelijkheid. Dat horen we niet vaak (dat willen we ook niet, dat weet je best) maar het bleef een beetje hangen in de cliche’s, en dat was jammer, en later ook de reden, maar ze is niet van Nederlandse afkomst, dus.
En het publiek was duidelijk gecharmeert, maar na haar kwam verdomme die Emma Burns dus weer. -Je kunt ook gewoon pech hebben, natuurlijk. En  Emma is een zeer ervaren slamster aan het zijn: die woont in haar voordracht. Uit het hoofd, gaat het. Feilloos. Theatraal. En dus een tikkie onpersoonlijk en op de trucage af. Haar gedicht over napraat-sex of na-sexpraat was redelijk briljant en vond veel bijval. “nee, zelfs dat niet”, zei ze. En je had het leuk gevonden, Auk.

Maar bij Boris de Jong stond de klok ineens weer stil. Ongekend; hoe die man de tijd weet te rekken. Ik vind zijn gedichten vaak best goed en jij geloof ik ook. Met die dieren enzo. Maar als ‘ie zo met die 3 minuten gaat lopen fucken, Auk; mwah. Het is misschien mijn eigen onrust, maar come on man; bring it on!

Dus, om de boel weer een beetje op snelheid te krijgen, kondigde Sander (die was in vorm, trouwens.... sjezus!) daarna aan dat ik, bij jou afwezigheid, het verslag ging schrijven en dat dat later te lezen was op www en dat ik zijn peuken had en of ik die misschien even over kon gooien.
Het overrompelde me een beetje. All eyes on me, enzo. Maar ik herpakte mezelf en gooide 1 van mijn pakjes Blauwe Gauloises naar hem toe.
Heel gracieus, probeerde ik het te doen.
En ik zat op jouw plek. Aan tafel 3. En Sander stond bij het catheder...
En mijn worp bleek incapabel.
En het pakje Blauwe Gauloises eindigde dus volkomen onterecht voor de toiletdeur...
Waar niemand was.
Waar niemand het op pakte.
Waar niemand het aan hem gaf of terug aan mij.
Het bleef er maar liggen en het lag daar.
En  terwijl Erwin Mulder ‘blakend van gebrek aan zelfvertrouwen’ op hoog tempo, met rake klappen, zijn ding deed, vol rijm, functioneel gebruikt voor de humor, lag het er; dat pakje peuken, in het voorportaal van de toiletpotten.
En ik kon nergens anders meer aan denken.
Echt niet.
En toen was het pauze, en toen pas werd het opgepakt en aangereikt.
Bizar, toch?

Ik begin trouwens best benieuwd te worden naar hoe je dit verslagje in mekaar gaat knutselen. Ik wil je er ook best graag bij helpen, hoor: ik heb hier alle aantekeningen van Sven en Bernard.
Die van Simon heb ik niet: die heeft ze hebberig in zijn eigen archief gestopt. Bij de ‘o’ van onleesbaar. En hij gaat er ooit nog een gedicht van maken, of iets anders, of wat er ook op lijkt, als het maar briljant is en dat kan ‘ie ook best als ‘ie er maar een beetje vogelvrij bij kijkt.

Heb ik al over Joanna verteld? Die kwam met 160-jes. Ken je dat? Da’s het favoriete format van NRC-NEXT-lezeresjes. 1 sms-je, babe (inclusief, en da’s schijnbaar belangrijk) spaties en leestekens en dan in een gedicht. Je kunt er ook geld mee verdienen –vraag maar aan die piraat van een Kapitein Lafbek.
160 dus.
In totaal.
NRC. Next. –Zij hebben er mee uitgepakt.
Simon begon nog over de 11-jes.
Joanna wist niet wat.
Niemand wist wat Simon wat.
En ik vond het best, want: lekker kort.
Maar, al die sms-jes aan d’r ex of d’r tuinkabouter –wat moet ik er mee? Ze eindigde ergens met ‘als je dan weg gaat, mag ik dan met je mee’. Maar Auk;  da’s helemaal niet van haar, toch?
Laat staan 160.
What the fuck?

Ik weet wat 210 gaat: een V6 op weg naar Graz in het midden van de nacht, ergens in het einde van Duitsland, met nog 2 uur te gaan. Waar mist in de dieptes, onzichtbare vangrails en te veel wodka’s, je een uitzicht gunnen waar je U tegen zegt., als je maar durft te kijken op het hoogtepunt. En dan door: strakhard overal doorheen rossen en dat alles op gevoel - keihard RedBull-levend met Guns ‘n Roses op 12 en blind als een motherfucker voor de hel boven mijn hoofd en the hemel eronder.  Maar moest ik haar dat zeggen, Auk?
 
En dan kwamen er trouwens nog meer dichers. Zoals Dik de Dentist. Jaja... die was er dus ook – we moesten hem ’pellen als een artisjok’ en daarna bleek zij ‘meer shoarma na het stappen’. Dat was niet het geval met Guy Seret. Die las geen dichters. Hij had ook niks met poezie en dat was te merken. Hij deed ‘spoken word’ met een voordracht die aan de Woorddansers deed denken en ‘of er nu genoeg gelachen was?’ want Guy is een hele serieuze jongen, dat was heel erg duidelijk. Een beetje te duidelijk, eigenijk. Hij zei maar gewoon waar ‘ie mee zat en wat ‘ie bedoelde, die Guy, en dat was een beetje vervelend maar dat waar ‘ie dan mee zat en dat wat ‘ie dan  bedoelde, die Guy, dat was dus ook heel vervelend, merkte de lieve jongen naast me op.  
Nouja, gelukkig kwam Casper Fioole daarna, want ‘de zwakke wordt geen strijd gegunt’ en die mocht ‘zijn eigen grond kiezen’. Hij eindigde dat gedicht over de grond, en de gaten, met Kopland’s blijkbaar enige gedicht -het was een antwoord.

De jury had dat ook: alleen Guy, Dick, Erwin, Emma en Jurre mochten door naar de 2e ronde.
Het ging bijna nog langs me heen want ik zat aan seks te denken, en we begonnen wat mij betreft dus weer te snel, maar goed: het moest ook wel een beetje.

In de 2e ronde deed Guy weer heel letterlijk zeggen waar ‘ie mee zat: het waren ‘stukgeslagen dromen’ en ook, merkwaardig genoeg, dat ‘niks uit te leggen is’... Hij herhaalde het ook meteen een paar keer en daarna herhaalde hij zelfs een heel stuk van het ‘gedicht’, dus misschien dat het eigenlijk een liedje was, ik weet het niet, maar een vriend van Guy zei  tegen een andere vriend van Guy dat Guy zou gaan winnen, dus: soit.
Dik, die in zijn vrije tijd graag tandarts is, deed ‘Saskia’ en dat ‘haar naam weg waaide op het strand’ en daarna deed Dik een gedicht over een dode duif, want dat was een wat ‘makkelijker’ gedicht met ‘d’r op of d’r onder’ enzo.
Erwin nam vervolgens gehaast het plekje achter het catheder over en ging snel en behendig denderend verder. “Hobbies: argwaan” zei hij en het was een zee van herinnering en iedereen moest lachen en ‘u heeft geen chlamydia - oh nee, toch wel’.
En ‘toch wel’ was ook Emma, die haar zin ging zeggen: ‘de beste regen neemt restjes donker mee –niemand die het ziet’. Die zin is helemaal alleen van Emma. Ik denk, ‘was het maar een man, die gevoelloos spelen kan’ ook.
Jurre was er duidelijk door geschrokken, die voelde zich geraakt, dat zag je. Hij deed ook minder Pim na. Dus dat was al goed. En Jurre was daarnaast poetisch gezien eigenlijk heel erg lekker bezig. Hij zei dit: ‘of hij nog een woord had voor de naderende ochtendborsten’. Patsboem! Toch? Hij zei ook ‘ik mag hier de afwas niet doen, omdat zij haar enige leven opruimt’ maar  dat kan ook haar ‘eigen’ leven geweest zijn, Auk, want de aantekening zijn stuk-voor-stuk onleesbaar. Wat is dat toch met die dichters en dat creatieve handschrift-gebeuren? Weet jij dat?
De jury zei: ‘het komt door: Guy, Erwin en Jurre.’
En Guy zei: ‘mijn gevoel is zwaarmoedig’, en dat was het ook duidelijk. Guy zei ‘het delen van verdriet doet zeer’ en dat deed het. En toen ging Guy weer een heel stuk uit zijn ‘gedicht’ herhalen, net als de vorige keer, maar nu ging ‘ie er ook nog eens ritmisch bij klappen en het rijmde en allitereerde allemaal al als een malle, dus werd het inderdaad een liedje. En als liedje was het ook best OK, eigenlijk. Maar voor zijn tweede ‘ding’ liep Guy het publiek in, waarop Simon heel hard ‘stand-up comedy’ riep en toen ben ik maar gewoon geconcentreerd bier gaan drinken.

Erwin –die was ook apart. Dat vonden we allemaal. Hij had ontdekt dat ‘veranderen’ rijmt op ‘anderen’, dus dat moest in een gedicht. Hij werd verder ‘overspoelt door reusachtige golven’ en in bijna elk gedicht kwam een neger voor,  maar die kwam er dan niet goed vanaf er er was veel te veel aan de hand met ‘een te jong meisje’, ‘zijn meisje’, en iets met een ‘te jong meisje in Thailand’. En dan was er  ook nog iets tegen ‘andersdenken’. En ik weet niet zo goed waarom, maar er begon bij mij iets heel erg te kriebelen. -Ik vertrouwde het voor geen meter, Auk. Ik dacht: kom uit de kast, laat je anaal nemen door een grote stevige neger en schrijf daarna iets wat echter is op een gammel krukje met een touw om je nek en spring er daarna voor de lol vanaf.
Maar zoiets kun je niet zeggen, natuurlijk.

Jurre snapte dat... Die zei gewoon meteen (over Joran v/d Sloot gesproken); ‘dat we er over spraken, was geen moedige keuze, maar zo hoorde het gewoon’. Kijk, dat is dan tenminste helder. Jurre wist trouwens meer. Hij wist ook ‘wie de wind op je wangen blaast’. Ja, swa! Ja, toch!
Dat was namelijk die Guy: de winnaar van de publieksprijs. Vanwege, uit het hoofd en het klappen, en zijn vriendjes, natuurlijk.
Alleen had  Sven niet genoeg tijd om alles uit te leggen, omdat het dus al heel erg  ‘laatste ronde’ was geweest. Maar het klopte allemaal wel, geloof ik. Hij zei dat Jurre heel relativerend en belevend was. En dat Erwin heel snel hardcore light-verse aan het pompen was –intelligente speedpoetry noemde Sven het. Hij citeerde twee van Erwin’s zinnen, want Erwin had gewonnen;  ‘kijk, daar wandelt weer zo’n mens volgepropt met kennis’ en ‘ik ben intellectueel genoeg om hier niet op te reageren’.

En nu hoop ik maar dat jij (desondanks dus) wel even reageert, Auk. Want Felix wil het verslag graag een beetje snel hebben. In ieder geval voor 28 juni natuurlijk: het grote jubileumfeest!
En dat komt wel goed, hoor; ik help je wel. Geef  me maar een belletje als je terug bent.

Verder: succes met je boek. En je moeder.
Send word.
En lieve kus,

Martijn den Bakker.


P.S.1: Ik heb geen gedicht van de winnaar meer weten te bemachtigen, omdat ik zo blij was dat het er eindelijk op zat en omdat de laatste ronde dus al was geweest en ik dientengevolge natuurlijk heel andere zaken aan mijn hoofd op dat moment.... maar dat fixen we later wel schat! Kus!

P.S. 2: Je krijgt de groetjes van iedereen.

P.S.3: Excuses voor de rembours...