Amsterdam maandag 18 juni 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG


Jawel dames en heren, hier is het langverwachtte verslag van de jaarfinale 2008! Geschreven door Martijn den Bakker in antwoord op het vorige verslag van Aukelien Weverling.

Verslag 10e grande finale poŽzieslag (28-06-2008)

Nou Auk, bedankt maar weer.
Voor je brief natuurlijk en de sigaretten,  maar ook voor het delen van het leed dat dichters verhalen en misschien is slechte poezie juist wel oprechter dan de goede, maar waarom worden wij dan zo slecht betaald?
Nouja, ik ben vooral heel dankbaar voor je moeders' borduursel-ding.
Ik heb het zelfs aan Het Meisje gegeven.
-Zij wist ook niet wat ze er mee moest.
Zo zie je maar.

Overigens ben ik deze brief nu voor de derde keer begonnen. Eerst vanuit Wormer, alwaar ik paling aan het roken was -dat moet jij ook eens doen. Vooral het rijgen van de paling aan het stokje zal je goed bevallen: je doet het stokje dan dwars door het hoofdje. De paling vindt dat trouwens niet erg, want die is dood.
De tweede brief was vanuit Thailand; daar waren het Meisje en ik op vakantie. We waren daar vooral ‘banana-pancakes’ aan het eten. We dronken er dan steevast ‘ice-coffee’ bij, en daarna deden we, gewoon voor de lol, een ‘coconut-shake’. Ondertussen zongen we altijd vrolijk met Jack Johnson mee, want Jack Johnson was overal, en Jack Johnson was hier nog ‘hot as a motherfucker’, en het was hier ook heet dus het kon, en Jack Johnson wist dat en wij wisten het ook, dus Jack zong en wij zongen Jack.
Maar toen het Meisje plons deed, was de vakantie wel voorbij, Auk.
En in de vierde week dat we daar zaten, kreeg ik ineens een mailtje van een dichter.
Het ging zo:

Hoop met jou goed.
Heb nog nergens iets gelezen over de laatste finale van festina.
Het lijkt net of het nooit geweest is.
Nou dacht ik, dat jij dat zou doen, wat schrijven,
maar het lukt geloof ik niet zo hè?
Dit is verder niet kwaad bedoeld hoor en misschien komt die hele finale je neus wel uit.
Maar ik ben zo nieuwsgierig naar woorden.
ook ter leringh ende vermaeck ivm nk poetryslam 2008
van die dingen
Ik hoop dat het mooi voor je op lowlands was.
zulke praatjes
en vriendelijke groet

Ik heb het niet beantwoord, Auk. En ik had tijd zat in dat ziekenhuis.

Maar, wat had ik moeten zeggen? Dat mijn optreden op Lowlands niet doorging  omdat ik met het Meisje en d’r 4 gebroken ruggewervels nog een paar weken langer in Thailand moesten blijven liggen?
Nee toch?
Kijk; benieuwd naar woorden was ik zelf ook. 

Nu eigenlijk nog steeds.
Maargoed, die dichters...

Hoe zat het ook alweer?

Het was lekker weer en het begon heel vroeg en daarna was het feest omdat Felix 10 jaar die tent aan het runnen was, en Simon werd bedankt met een plant en Felix met een boekje en er waren heel veel ongemakkelijke speeches en  de Festina Big Band speelde er lustig op los en de beste dichters deden nog een dingetje en om 00:00 uur was er iemand jarig en ging iedereen voor d’r zingen, maar waar het eigenlijk om ging....

Ik weet eigenlijk nieteens meer waar het mee begon, als ik eerlijk ben. Maar dat er een finale moest zijn –nouja, dat was zo en daar kon niemand onderuit.

Maar, toen kwam aan het eind van de eerste ronde Robin V aan het woord en dus hadden we ze allemaal al gehad –en ik dacht nog; ‘maar waar is die klapper dan gebeleven?’
Er stak niemand bovenuit.
Het was allemaal van hetzelfde laken een pak, maar geen geen echt pak; een spreekwoordelijk pak, Auk. Het is toch onbegrijpelijk dat we in 2008 nog lachen om ‘Dat dan weer wel’, terwijl we het in de jaarfinale van de grote Festina Poezieslag moeten doen met ‘geen pik is zo hard als het leven’.  Er is hier duidelijk iets mis aan het gaan, bekruipt mij het gevoel. Zoiets is toch niet grappig, denk ik dan. En, wat is het dan wel?
Maargoed, Jurgen Smit vroeg zich op zijn beurt iets heel anders af: ‘wat weten dokters nou van poezie?’, declameerde hij, met zijn stem. Nou, daar kan ik ‘em ondertussen uitgebreid antwoord op geven, Auk.
Al ga ik dan niet doen.
Albert Babbeldijk zei:  ‘vroeger was alles uit zichzelf al erg’. Dus die begrijpt wel iets, maar hij snapt het nog net niet. Die moet eigenlijk eens op een berg gaan zitten, denk ik. En er dan iets af zien vallen.... Maar vooruit: hij is in ieder geval een heel stuk verder dan Nicki.
Nickie, het enige meisje, verzuchtte namelijk: ‘kon de hele wereld maar vergaan in een nacht vol onweer’....
Fucking Hell.
Nou, dat kan ‘ie hoor, Nickie!
En hij deed het ook meteen. 
Ik zal het even uitleggen: dat kan ‘ie zelfs tijdens je vakantie, op een stralend mooie dag met 38 graden in een tropisch land hier ver vandaan; zonder wind, op een lichtblauwe zee met een heel leven voor je.
Maar dat weet je natuurlijk niet op je 19e.
Nee; dan denk je nog dat daar onweer bij hoort.
En gewone regen bij liefdesverdriet.
En een volle maan als je je ware liefde ontmoet...
Anders telt het niet.
En het was overigens best goed weer, maar of het ook het juiste weer was voor Nicki d’r poetry-performance, dat weet ik niet en net toen ik het haar wilde vragen, kwam Menno ten tonele en die zei iets over ‘een ademende walvis in jouw gloeiend hete zee’...
Nou, dat vond ik zo ongepast!
Dat was gewoon onrein, Auk.
Gadverdarrie zeg!
Dat was echt helemaal niet halal.
Jakkes bah; mijn buik draaide meteen 3 keer om...
Maargoed ik zat natuurlijk  ook nog met Nicki d’r meteorologische ongesteldheid in mijn maag, dus misschien dat het daardoor kwam.


Gelukkig werd het daarna wel wat rustiger, Auk. Dat kwam door het bier.
En niet door Max Lerou, want die deed een ‘vlikvlak van de tong’. En daar zat niemand op te wachten, van zo’n verschijning met driest haar en een woest leren jack.
Wat dan weer wel leuk was:  het dochtertje van Emma, naast mij, die op al zijn vragen reageerde met het antwoord dat Max juist niet wilde horen. En ze deed het nog stilletjes ook. Alsof ze Max voor de onverbiddelijke waarheid van het leven wilde behoeden. Ik vond dat heel mooi van het dochtertje van Emma. Ik denk dat het dochterje van Emma niet in sprookjes geloofd.
En Cees Borst doet dat ook niet meer: want die is Professor. Die zegt: ‘ongeordend stilleven van brood en dood – ik sta er even bij stil en loop verder’, want dat kan natuurlijk ook. Of: ‘pas onder water, worden wij ons van ademhalen bewust’. True that! True that! En proficiat, Professor Borst; U bent gepromoveerd.

Thank God, was de professor’s natuurlijke tegenhanger er ook: in de vorm van Sieger Baljon, de Duivel himself. Die maakte zich weer es ouderwets druk. Ja, Auk, hij viel gewoon de volledige industrie-industrie aan – als die al bestaat. En ik weet niet of dat al eens was gedaan, maar 1 ding is zeker: nu  doet niemand dat meer. En zeker niet zoals hij. Dus ik was fan. Ja; Ik rook meteen mijn oude kistjes weer en ik hoorde het gekraak van mijn leren jackie, met die veiligheidsspeld. En het geluid van stenen die op de helmen van ME’ers landen. En zeehondjes. En buik. En die atoombom, man! Die atoombom! 
Hebben we dat ding eigenlijk nog? Zo ja: dan mag ‘ie van mij op Rotterdam! Daar zijn ze wel wat gewend. Vraag maar aan Jeroen Naaktgeboren, van de Woorddansers. Jeroen is dan van ’ik pak je tastende hand, diepe lussen en daartussen de drang’. En ik denk dat ‘ie daarmee Nicki d’r hand bedoelt. En dat lijkt me heel fijn voor Nicki. Ja, als de boel dan toch vergaat... midden in de nacht... met onweer enzo... dan kun je wel een diepe lus gebruiken, denk ik.
En dan bellen we Menno ook, want die ‘verdunt drank met bloed’’, dus dat is handig en voordelig. Bovendien  vindt hij ‘volkerenmoord’ een ‘veel mooier woord’, dus zijn aanwezigheid lijkt mij gewoon noodzakelijk. En dan mag Erwin eigenlijk ook wel komen; die zet ik op de gastenlijst. Die heeft in zijn gedicht ‘verzamelde woede – tirades aan het heelal’ om de zoveel zinnen een goed punt. En dan kunnen ze met zijn allen op de koffie bij Jan Ketelaar. Die man heeft een wijsheid waar je gek van wordt. Over het klein-zijn bijvoorbeeld, zei hij; ‘en dan werd je boos, dan was dat tenminste duidelijk’. Of later, aan zijn moeder als die weer eens naar de waarheid vroeg; ‘lust, moeder; lust is waar’.

Nou, ik had ze niet hoor, op die manier, toen ik aan het puberen was!
Jij wel, toch Auk? Dat heeft je moeder me weleens verteld. Maar dat was nog van voor de tijd dat je uitging met jongens die je naar alcoholloze kroegen namen, denk ik... Wat is dat trouwens voor een maf verhaal, joh? Wat denkt die gozer wel? Die zou eens een stukje moeten gaan fietsen met Robin Veen, denk ik. Robin fietst namelijk graag, maar niet in zijn eentje.
Laatst was Robin er ook weer eens op uitgetrokken en dat resulteerde toen in deze zin: ‘enkel voor geld fietst de dood een eindje mee, maar sterven; nee... niet hier.’
En dat de poezie springlevend is, dat bleek, maar dat het ook goed is voor de algehele gezondheid bewees Els Borst; gewoon met haar aanwezigheid. Ze vond het een ‘aangenaam verpozen’ bij ons op de gracht -dat je het weet, Auk, en je krijgt de groetjes. Ze wilde me overigens niet verklappen of ze familie van dichter Cees Borst was, maar dat maakte ook niet uit.

In de 2e ronde was het nivo van alle dichters het hoogst, dat was apart, Auk. Misschien kwam het door de wind.
De papieren wapperden in ieder geval aan alle kanten over de gracht en in het water. Er vielen biertjes om. Dichters lieten de microfoon uit hun handen vallen. Er waren zwervers, cavia’s en spacende toeristen en er was een meisje met een koptelefoon op de fiets die heel hard aan het meezingen was. En het klonk een beetje bekend, maar ik wist niet wat het was en eigenlijk wilde ik achter haar aan.... om het te vragen.
Maar dat kon natuurlijk niet: ik zat naast een labrador, aantekeningen te maken op een gammel krukje.
‘Je moet steen verplaasten om te zien waar ik schuil’. Ja: zo voelde dat meisje zich vast ook... wie niet? Maar goede zinnen zijn zinnen waarachter je juist niet kunt verschuilen, toch?

"Zwart is het nieuwe prisma”, misschien?
“Mijn haren zijn dik als patat, maar dat is cultuur”, lijkt mij in ieder geval onvergetelijk.

Gelukkig hadden we Sander Meij, die de boel weer es heerlijk aan mekaar aan het lullen was... Sander zei dat ‘ie vanaf het podium het langste uitzicht in de Jordaan had. Dat zegt ‘ie ieder jaar.Maarja: het is zo, dus dat mag.

Lerou zei “met ogen als beroette ramen” en ook hij mag dat best vaker zeggen. Dat moet eigenlijk wel: zijn theatrale voordracht, met wapperend haar en zwaaiende armen, omvallend bier en wegvliegende papieren, ontneemt je haast de taal.
Cees Borst begreep dat en zei “als antwoord vallen bladeren in stille zelfmoord”, dus die had daar ook last van. Heerlijke zinnen maakt hij, om te schrijven vooral, (“achter mijn spiegelbeeld speelt het kind in mij kiekeboe”) maar als voordracht.... “wie leest de binnenkant”? -Goeie vraag.Jan Ketelaar is een stuk oprechter: die vraagt zich letterlijk af of je weleens met een achtbaan gesproken hebt. Of; “wij, wij waren er toen bij, en we keken. En het was moeilijk om voor jezelf te beslissen wat goed was” en dat gevoel hebben we allemaal wel eens gehad. Maar misschien niet in het geval van Robin V. want die reageerde met: “we staken messen in de tijd. Een vlek met krijt bleef over en iedereen ontkende”. En dat komt ergens op hetzelfde neer.  Maar... het gaat net een stukje verder.Misschien te ver, Auk: hij mocht niet door naar de Finale.
En Lerou wel.
Jan Ketelaar en Cees Borst ook.
Die moesten met zichzelf tegen elkaar.

Heel apart Auk, was het.
Lerou opende met ‘Heil Hitler’ en ook Max zelf viel toen een beetje door de mand.
Misschien dat Kapitein Lafbek daarom maar eens naar huis toe ging. Hij liep zo de langste straat van de Jordaan in.
Of; uit.
Maar, je kon hem zien gaan - vrouwmens in de hand.

Hij keek niet eenmaal om.

Zelfs niet, toen je op de achtergrond Leroux hoorde declameren: “indruk maken hoeft niet meer. Het spoor van ingeslagen schedels loopt hier ten einde.”
Dus je begrijpt, Auk: Ik keek wel, om te kijken of ‘ie keek.

Maar ja; ik ben dan ook een romantisch figuur.
En geen goed verslaggever.
Eigenlijk had ik die zin moeten gebruiken om deze brief mee te beindigen, Auk.
Was het maar waar...

Niet dus: er kwam meer moord: en volgens J. K. was ditmaal ene Geert de dader. “Gaan met Geert -als zelfmoord plegen door je adem in te houden- zo gaan ze”. Dat had J. K. kunnen checken met C. Borst natuurlijk, maar die begon ontwijkend gedrag te vertonen, door over motorbotende Oude Heren te beginnen, die zogenaamd hetzelfde deden als Prof. Borst’s  puberende scooterjeugd-op het schoolplein.
Yes.
Daarna deed ‘ie nog maar een keertje dat Vroman-gedicht uit die andere ronde met dat ‘onder water’ enzo, maar wat ik hoopte gebeurde niet en dus ging ik de Labrador aaien.
Het was een aardig beest.
Een beetje hijgerig, misschien.

En toen moest de zonnebril af en zag ik daar een icoon.

Laat ik het zo samenvatten: volgens Erik Jan Harmens waren er te veel opsommingen.
Los daarvan, was er volgens hem vrij weinig emotie in de voordracht.
Simon V. jubelde ondertussen “het leven is fantastisch!”
En ook dat is waar.
Waarom niet?
Maar je begrijpt dat de meningen nogal verdeelt waren.

En toen hoorde ik dat “Ik wilde naar Moermansk, dat klinkt zo mooi”  werd uitgeroepen tot 1 van de mooiste zinnen van de Finale...
Dus Auk, je begrijpt dat ik ineens heel graag naar Belgie wilde.
Omdat iedereen daar lacht.
Ja: Belgie!
Want dat taaltje klinkt zo zacht.
Ik stond zowaar in dubio.
Maar ik nam geen enkel risico.

Ik liep naar de bar.
Want ik moest nog naar Thailand,en

"als men je nodig heeft
dan weet je tenminste dat je leeft
dus draag elkander moedig".

En Auk, dat heb ik gedaan.

De Winnaar was Jan Ketelaar: hij mag voor Festina Lente naar het NK 2008, omdat ‘ie zo ‘eigenzinnig oprecht’ was, met zijn 'Overijsselse Taoisme'. Terecht dus ook, en laat dat dan maar een lesje zijn voor al die slampampers en onweersdeskundigen.

Oh en Auk, ik heb wat Thaise slaappillen in de aanbieding die hier nog onder de opiumwet vallen, dus dan weet je wel hoe goed ze zijn. De Morphine gaat hard; als je daar nog wat van wilt, moet je snel even terugschrijven – dan leg ik wat voor je apart.

Groetjes en paling,

Martijn den  Bakker.