Amsterdam dinsdag 16 oktober 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG


En dan komen ze opeens allemaal tegelijk! Hoewel we hard aan het wachten waren op een antwoord van Aukelien op Martijn's brief over de jaarfinale, heeft Martijn toch weer voor z'n beurt geschreven. Typisch...

PoŽzieslag September 2008, 11e seizoen

Ja Auk, als je niks van je laat horen, gaat het over hoor.
De morphine is op.
Van die opium-sjit heb ik nog wel wat, maar dat is zo weinig... dat gebruik ik liever zelf.
Waarom zou ik het sturen ook?
Ik weet niet eens of mijn laatste brief is aangekomen; geen reactie – niks.
En dat ging nog wel over de jaarfinale...
OK, niet dat die zo denderend was, maar ik zit hier wel mooi een beetje verslag te doen, met 4 zwaar-revaliderende ruggewervels op mijn schouders, en een fulltime baan in mijn kop, terwijl jij daar in – waar zat je ook alweer?- fucking Constantinopel of Cyprus, een beetje decadent de ‘writer in residence’ loopt uit te hangen in de enige galajurk die je hebt.

Kom op zeg.

Hier is het alleen maar drama en krediet-crisis en de derde dinsdag van september (oh toeval!) en de opening van het nieuwe Festina-poezieslag-seizoen.
Het 11e nog wel.
Nu nog beter!
En: met rookverbod!

Kijk, dat jij met je fonds een beetje alcoholloos door die mistige straatjes loopt zwerven, vind ik prima, maar je had best even kunnen bellen.
Wij hadden ondertussen namelijk niet eens een tweede ronde meer nodig, Auk.
Zo goed was het.

Meteen door naar de finale, gingen we.
Daar hadden we echt geen fonds voor nodig, hoor.

Nee: we hadden een vrouw, Moniek Berendsen, die d’r hele leven al schrijfster wilde worden en voor de duidelijkheid maar een kunstzinnig sjaaltje om had gedaan.
We hadden E. Mulder die weer eens mee deed en zo veel punten aan liep te dragen op de derde dinsdag van september dat het als vanzelf aan inflatie onderhevig was. Fuck, achteraf bezien, denk ik dat hij persoonlijk de huidige krediet-crisis heeft ingeluid, maar wat maakt dat nog uit?
We hadden J. Reisenbach die op een ‘krokodil zat die geplakt moest worden’.
En we hadden Jan Venema die ‘de zoeker zocht’ als ‘zonderling zonder zond’, en hij vertelde over ‘geen toekomst zonder verleden’. Dus daar had je zeker bij moeten zijn.
Dan had je ook Jan Evert van Apeldoorn kunnen aanschouwen; die was ‘mensen-moe’. Ik herkende het wel, rijmmoe als ik was. En ik denk dat jij het ook heel grappig  had gevonden.
Er was ook ene Wieron, en ene Jasper.
1 van hun stond in zijn badjas, zoals dat hoort, met een badjas.
Het was leidse humor, Auk.
Amsterdam werd even weg gezet.
En Amsterdam vond het niet amusant.
De politie kwam voor.
Er was iets op het terras.
Lang leve het rookverbod...
Edith liep al voor het einde van de voordracht van de zoveelste leidse koorknaap ziedend naar buiten.
Sven hing rokend uit het raam aan zijn jury-tafel.
Bernard verslikte zich.
En mijn pen werd in de eerste pauze al gejat.

En dit was dus de start van het nieuwe seizoen.

Simon predikte nog wat, over dat er niet ‘te fucken viel met de poezie’.
En niet veel later stonden we buiten te bedenken wat we moesten doen.

Aan de morphine?
Door naar de toegift?
Met zijn allen boos de trein naar Leiden pakken en dan daar de boel ridiculiseren?
Of, gewoon buiten blijven roken?

Ik had geen zin.
Althans, de vraag was ‘heb je een zin?’
Ik zei: ‘nee’.
En daarna; ‘en die vrouw die schrijfster wilde worden dan?’
Ik zei: ‘die is het niet geworden’.

Het was chaos alom.
De stemming bleef dalen.
De koers was zoek.
Ik hoorde iemand zeggen dat Festina een ‘open inrichting is geworden voor woordgestoorden’.
Ik knikte.
Ik hoorde ook dat we niet zo ‘decadent moesten doen’.
Ik knikte.
Ik knikte nog een keer.
En ik knikte heel vaak.
Maar hoe sla je iemand in een badjas, Auk?
Heb jij daar ervaring mee?
Ik bedoel; het hing er ook allemaal uit en zo...
Dat moet jou toch bekend voorkomen, neem ik aan?

Nou ja, dat bewaar ik voor later.
De tweede ronde sloegen we over.
De finale was meteen en Erwin Mulder ging nog harder.
Hij wil altijd harder.
Ik heb ‘em nou een paar keer gezien, maar het gaat steeds sneller, lijkt wel.
En dan zegt ‘ie nog dat ‘ie ‘meer tijd nodig heeft om valse idealen te verwezenlijken’ - dat is dus best een interessante vogel. Maar goed: wij vonden de snelheid heel goed, want dan konden we sneller weer gaan roken.
Wieron zei  ‘het schuim op het land, dat is de klacht van de zee’.
En dat was misschien de beste zin.
Als er dan een zin moest zijn.
En hij had het er van mij bij mogen laten – dat gevoel moet je bekend voorkomen, denk ik.
Maar hij deed het niet.
En het maakte inderdaad niks uit.

De publieksprijs ging naar de ‘roze lul’, Auk... juist die eikel in die badjas. De prijs werd in ontvangst genomen zonder applaus maar met gerede kans op blaasontsteking – het was hem gegund.

Wieron kwam al snel, in de finale deze avond.
En van Erwin was te hopen dat ‘ie niets te verbergen had.

Ik citeer:

‘Arrogant was ik
Woest en dronken
Een duivel
Een kapotte grammafoonplaat
Verongelijkt
Jaloers
Bovenal
Straal bezopen

Gelukkig werd ik
Grondig genegeerd’

En dat is van Erwin.
En hij had gelijk.
Ik zie je aanstaande dinsdag, Auk, want dan kom je weer terug toch?
Neem je het dan even over van me? Ik weet wel dat je hier te goed voor bent, maar de dichters zijn op hun beurt weer te slecht voor mij.

Ik hoop op een glas rode wijn.
En iets van cynisme.

En die knik van je, als je me aankijkt en weet dat ik hetzelfde denk.

Tjee, nooit gedacht jou ooit zo te missen, mevrouw Weverling.
Kom terug, Auk!
Kom terug!

Ik heb nog Viagra...

En zin.

Martijn den Bakker.