Amsterdam dinsdag 16 oktober 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG


Aukelien is officiŽel in retraite. En omdat Auk daar wel iets beters te doen heeft dan brieven schrijven, blijven die van Martijn onbeantwoord. Zielig hoor. Maar blijf volhouden, Martijn!

PoŽzieslag Oktober 2008, 11e seizoen

Ha die Auk.
Tinus hier.
Vanuit Aalten.
Dat is vlak bij Berlijn.
Zit jij nog steeds in Constantinopel?
Ik hoorde dat je Palermo niet meer in mocht.
Maar ik hoorde ook dat je vermist was.
Dus dat leek me beter.
Dan hoef je ook nergens meer heen, toch?
Ja: terug, misschien...
Maar dat hoeft eigenlijk niet zo hoor.
Er is hier niks.
Ik probeerde net een site te vinden van de Palermo-maffia.
Is er ook niet.
Toen keek ik op je hyves.
Bleek je ‘een zakje gepofte kastanjes’ te ‘delen’.
Lekker belangrijk, Auk.
Dat zullen ze heel leuk vinden bij het Fonds.
En je uitgever zal daar vast ook heel blij van worden.
Die verheugt zich daar al maanden op.
Gepofte kastanjes.
Woohoo!
En wij hier maar op de hete kolen zitten, zeker?
Lekker makkelijk, Auk.
Beter vraag je eens hoe het met Simon gaat.
Die lag tijdens de afgelopen poezieslag namelijk op bed.
Hij was moe, Auk.
Hij wordt al het hele jaar van alle kanten bejubileerd en dat is hem duidelijk niet in de koude kleren gaan zitten -vandaar.
Inderdaad: pof daar maar een kastanje op.
En erger nog: Bernard was er ook niet.
Die lag eveneens op bed.
Nee, niet met Simon, maar wel een stuk actiever.
Wat moet je anders met zo’n zak...
Ja, poffen, zul je zeggen, maar Bernard krijgt al heel lang niets meer op de pof, hoor Auk...
En wij maar dokken voor die trekhaak.
Nouja, gelukkig kwam Sander Koolwijk even buurten, want die is tenminste wel normaal.
Die hebben we dan ook meteen tot jury-lid gebombardeerd. Kon ‘ie leuk naast Sven en Nora en Pim een potje intelligent gaan zitten kijken.
Anders had ik dat ook nog zelf moeten doen.

En 6 dichters, Auk!
Denk daar in Godsnaam eens over na.
Inderdaad, als het er 11 zijn, is het ook niet goed, maar 6 is wel heel erg weinig.
Het is toch gek, Auk, dat er in tijden van kredietcrisis en presidentsverkiezingen geen dichters meer op durven te staan... dat ze allemaal lafjes in dat veilige bed blijven liggen. Dat klopt toch niet? Of moet ik hieruit concluderen dat het allemaal wel meevalt met die crisis? Zo van: zolang de dichters niet opstaan, is er niets aan de hand?
Of, hebben de heren dichters massaal hun meerdere erkent in Obama?
Lijkt me sterk.
Nouja, een paar niet, in ieder geval. 6, om precies te zijn.
Het waren Bonne, Sander, Melvin, Peter, Youfoe en Mikal
Die kregen geen 1e ronde.

Opportunistisch als we zijn, zagen we kans die gewoon over te slaan.

Dat gaf Sander, onze lieve presentatort, de mogelijkheid om welgeteld 1 gedicht voor te dragen uit Simon’s onlangs verschenen Verzameld Werk van  maarliefst 1232 pagina’s. “Oproep aan de jeugd van Nederland” deed ‘ie.

Daarna was het woord aan Bonne.
“We’re going to fuck you all” schreeuwt hij heel hard als ‘ie naar het catheder loopt.
Althans, dat denk ik te verstaan.
Achteraf blijkt dat: “do you know where the fuck you are” te zijn. En dat is toch iets heel anders.
Het heeft, zo legt Bonne uit, allemaal te maken met 23 november. Dat is het nog lang niet, maar kennelijk komt er dan een nieuw Guns ‘n Roses- album uit.
Je zal d’r maar op zitten wachten.
“Soms is een grond niet voedzaam” zegt Bonne in een gedicht. En of ‘ie daarmee het Festina-publiek bedoelt, of de huidige stand van zaken in de muziek-industrie aankaart, is mij niet geheel duidelijk, maar wat maakt het ook uit. En soms is een grond juist wel voedzaam. En ehm, ja, boeiend. We zitten midden in de jungle, Bonne; hier hebben we Tarzan’s nodig; kom op!
Maar Bonne navelstaart gewoon verder: “het zou goed zijn tegen mijn verlies te kunnen”, “hij heeft in de gaten, dattie nooit verlaten wordt” , “wees als de druppel van het glas”, en “wees zeker van jezelf en drink, Goddamned!”
Dus dat deden we dan maar en het kostte ons geen enkele moeite.

Na hem kwam Mikal. Die is docent Nederlands. En hij heeft een Porsche.
Dat wilde hij eigenlijk niet verklappen, maar de hints lagen er zo dik bovenop, dat het mij in ieder geval meteen duidelijk was. Toegegeven: het had ook een Volkswagen Kever kunnen zijn, want die heeft eenzelfde boxermoter, maar daar is Mikal gewoon het type niet voor, met zijn cowboylaarzen en zijn jackie.
En daar hield het voor mij eigenlijk ook meteen op: een leraar Nederlands in een Porsche, met cowboylaarzen... Dan heb je net te veel verkeerde keuzes gemaakt, denk ik. Maar vooruit, misschien heeft ‘ie juist daarom iets verrassends – je mag het niet uitsluiten.
Zegt Mikal in een gedicht: “Dom... olie is dom”.
Nee dus.
Maar het gaat goed in het onderwijs.
De leraren komen er in Porsches voorrijden.
Next.

Youfou.
Verhip: nog een leraar Nederlands!
Het gaat wel heel goed met onze taal.
Maar echt: Youfoe (ik hoop dat ik het goed spel, trouwens, anders krijg ik straks weer een 6-) heeft heel behoorlijke poezie. En hij staat zelf ook als een huis: als hij het te rumoerig vindt, treedt ‘ie corrigerend op om vervolgens zijn gedicht van voren af aan te herhalen. Hij eist respect. Dat is al knap. Voor een dichter. En Youfoe heeft als man, duidelijk geen Porsche nodig.
Scherp issie ook:  “digitale sikkels” zegt hij bijvoorbeeld, of “ik zou het kunnen zoeken in de boten”. Ik weet niet wat, maar ik vind het toch een goed idee. “En dat dan de koffie weer naar koffie zou smaken” heeft ook zoiets. Het was natuurlijk veel te laat om nog koffie te drinken, maar toch.

Na hem is Sander aan de beurt, die doet iets met communicatie-wetenschappen.
Yak.
“Dank je wel wind, voor het luisteren.”
Yak.
“Hij wil de vleugels van engelen stelen, om naar de hemel te vliegen.”
Yak!
“Jouw blik, mijn ogen... en jouw ogen, mijn blik.”
Yahaaaak!
Wat leren ze daar in Godsnaam?
Gadverdamme.
Kijk; voor poezie heb je vooral talent nodig en aan de wetenschap heb je op het podium ook niet bijster veel, maar dit is overdreven. Sander houdt zelfs een intro van bijna anderhalve minuut over een gedicht wat hij heeft geschreven, om vervolgens dat hele gedicht nieteens voor te gaan dragen... en ja; het was een leuke intro, Auk, maar wat moet je dan nog leren?

Nouja, dat kan hij dan aan Melvin vragen, want die heeft het wel begrepen.
Die gaat gewoon staan en doet dan zijn ding, uit het hoofd, op dwingende wijze. Het publiek neemt ‘ie op de koop toe.
En Melvin lult niet.
Hij is wel heel talig en maakt hele volle zinnen, die bijna niet te noteren zijn want hij gaat ook nog eens heel vlug, maar het snijdt allemaal hout.
En een meisje naast mij, zegt dat ‘ie beter zeeman had kunnen worden.
Dan weet je genoeg.

Ik zit hier trouwens in een heel knus hotelkamertje. Door het enige raampje kijk ik uit op een koe. Die staat lekker uit de wind, zo dicht bij de muur.
Er staat een kleine lamp op het nachtkastje, zo eentje met een kap van strakgespannen dierenhuid en franjes aan de onderkant. Verder is alles van plastic of staal. Het ruikt hier naar de jaren tachtig, Auk. Er ligt een grijze sprei op het dekbed en daarop liggen 2 onderbroeken en 1 ‘Honger’, maar lezen hoeft hier niet.
Op de wei waar die koe zou moeten staan, zijn Duiters gestorven. Nederlanders natuurlijk ook, maar die deden dat dan aan de andere kant van het prikkeldraad. Als ik goed kijk, kan ik het zo zien gebeuren.
Het is jammer dat er dan steevast ergens in de verte een trein voorbij rijdt die de veldslag met fel verlichtte coupe’s onderbreekt, maar gelukkig hebben ze hier geen vliegtuigen.

Waar was ik?
Ohja; Peter Albers, de socioloog/antropoloog... die is aan de beurt.
Hij heeft een soort foto-boek in zijn handen.
Het is een loeizwaar projectiel, zo blijkt, want het catheder dat al jaren trouwe dienst doet, bezwijkt onder het gewicht. En dan gaat Peter het ook nog over het Suriname tijdens de rumoerige jaren ’80 -’85 hebben. En dat was in het geheel geen leuke tijd, Auk, dat leert zijn Wikipedia-poezie ons meteen. We worden dood gegooid met informatie, maar verder snappen we er niks van. Zelfs het einde van zijn gedicht wordt door het publiek gemist.
Gelukkig krijgen we nog een kans; Peter legt ons wat uit over de Suriname rivier.
Wellicht krijgen we straks een overhoring.
Misschien is het een Triviant-vraag?
Nee, het is de inleiding: zijn volgende gedicht beschrijft namelijk diezelfde Suriname rivier.
Een jongen naast mij haakt af;  “ik check het wel op Google-Earth”, zegt hij.

En buiten, tijdens de pauze, blijkt die rivier er op de iPhone nog best leuk uit te zien, Auk. Hij meandert een beetje. En het kabbelt wat. Maar verder is het een prima rivier.
Beetje modderig misschien, maar ja, dat is het nivo van deze poezieslag ook.

Melvin, Youfoe en Sander mogen door naar de finale.
Voorgegaan door niemand minder dan Sander Koolwijk!
Dit kersverse jury-lid komt binnenkort met een bundel op de proppen en deed daaruit vast enkele gedichten. Het was een mooie package-deal, Auk. Het publiek kreeg iets goeds om naar te luisteren en de dichters konden er nog wat van leren. Want “wie niets te verbergen heeft, zwijgt zichzelf in heldere taal” en omdat “het ideeen zijn, van hierbuiten, die ik niet probeer te krijgen”.

Sander de communicatie-wetenschapper, had daar in de finale-ronde wel wat tegen in te brengen, die zei: “zo eindig zijn de mensen, en de liefde die hen bindt, zo luisteren de ouders, altijd naar hun kind.”
Toon Hermans had het niet beter kunnen doen, maar het gemiddelde kind op de basisschool wel.
Oh en Sander ‘botst’ nog ‘tegen de werkelijkheid’... dat doen ze in de bovenbouw ook niet meer, maar wat kan Sander dat verrekken. Die gaat gewoon door:  ‘ga jij maar zonder mij’, denkt hij dan,  ‘huilend van geluk’ over de  ‘vrede in overvloed’ en de  ‘knagende leegte’ die natuurlijk de  ‘valse liefde’... yada yada yada: yak!

Melvin de zeerover gooit het gelukkig over een andere boeg. Die heeft zinnen, zo vol, zo mooi en zo oorspronkelijk, dat ze gewoonweg niet op te schrijven zijn. Luisteren – dat moet ik. En het wordt beloond.
Het publiek moest ook vaak lachen, maar of dat Melvin’s bedoeling was, of  toch weer gewoon die vurige wens van het publiek, dat weet ik niet. Melvin maakte het niet uit; die ging gewoon door. Hij ging op het einde zelfs zingen. Over Lily Marlene. Nou is die wel vaker toegezongen, natuurlijk, en als ik muziek wil horen, zet ik liever de radio aan, maar ach, dit kon ook best een keer.

Youfoe probeerde hem te pareren met ‘waarheden zonder sluier’ en ‘weilanden zonder afkomst’, maar pareren doe je liever niet met een zwaard zonder scherpte.
Het was een beetje ‘falafel-filosofie’, volgens de jongen naast mij.
‘Behalve met jouw lijf, moet jij hier echt zijn’, zei Youfoe nog... Dus daar had ‘ie een punt. Alleen jammer dat hij dat zelf nog niet begreep, althans; hij begreep het wel, maar...

Nou ja Auk, meer hoef ik je niet te vertellen, he?
Je weet nu natuurlijk wel genoeg.
De koe die hier net nog voor het raam stond ook – die heeft de poten genomen
en staat nu ergens aan een verweerd stuk zoutblok te likken.
Of, zoals Pim het in zijn jury-verslag zei: “het is maar goed dat Simon er niet is.”

De ene dichter was namelijk ‘te ironisch’, de ander ‘te ambitieus’, weer een dichter bleek ‘niet podium-fahig’, de ander vooral ‘goed met intro’s’, en dan was er zelfs nog een dichter die volgens de jury tegelijkertijd ‘te wisselend en te rechtlijnig’ was.
Tsja...

Ach, wat maakt dat uit; Sander de communicatie-wetenschapper heeft de publieksprijs in handen.
Hij bleek jarig.
24 is hij geworden.
Dus hij had heel terecht wat vrienden meegenomen, want zonder vrienden ben je niks. Gefeliciteerd, Sander.

De andere winnaar, die van de juryprijs, heette Melvin. Die nam heel vanzelfsprekend zijn prijs in ontvangst. Hij was de man met het hoogste ‘wow-gehalte’ en de enige die een ‘gedicht op het podium tot leven kon brengen’. De jury had ‘geen idee waar het over ging’, maar ‘het raakte wel’.
Melvin wist dat al.

En jij Auk, weet jij het al?
Waar je bent, bedoel ik?
Ik hou je namelijk graag op de hoogte.
Over een week vertrek ik naar Foz do Jutai, een klein dorpje langs de Amazonerivier, om van daaruit verder te waden naar Manacapuru.
Wist je dat de helft van de 5 miljoen soorten planten en dieren die op de wereld bestaan, zich in dat gebied bevinden? Jaja, Auk, dat is niet mis.
Maar daarvoor ga ik niet.
Er schijnt daar 1 groefkopadder met 2 hoofden rond te lopen en die moet ik gewoon zien!

Als ik daarna in Manaus ben, mail ik je weer.

Lieve kus,

Martijn den Bakker.