Amsterdam dinsdag 16 januari 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG


Notulist van dienst: Bernard Wesseling.

Met duim en middelvinger vuren we onze peukies af en stappen onder het Jupilerbord de Festina binnen want het is weer zover: maandagavond, poëzieslag. De laatste bakken koffie worden gezet, een oude hit van Vinkenoog klinkt door de kroeg terwijl de hoogwaardige jury de trap op sjokt en haar getrouwe tafeltje bezet. Een kleine wijziging in de samenstelling van haar gelederen vandaag: Rick de Leeuw ‘moest een plaatje opnemen’ en maakt dus plaats voor ons aller Pim te Bokkel (kleine reclame: vers van de pers ligt zijn nieuwste creatie ‘de dingen de dingen de dans en de dingen’ voor een schappelijke prijs bij de beste boekhandels dampend in het schap). Over dingen die dampen gesproken, al in de eerste ronde zal een hardnekkige thematiek zich aandienen rondom het menselijk excrement, oftewel de ontlasting, in de volksmond ook de bolus genaamd. U ziet, als je er eenmaal aan begint wil je niet meer ophouden.


Verslag Poezieslag, 19 april 2010.

Nog een stralend afwezige overigens is Sander Meij, van wie geruchten de ronde doen dat hij in een mijnschacht is gevallen. Zijn honneurs worden waargenomen door Martijn den Bakker, maar dan met bril en verdubbelde hubris. De avond neemt zijn aanvang, zoals dat in romantaal zo mooi heet, en we beginnen met ene Theresa. Ze komt uit Duitsland (Dusseldorf) en heeft evenveel minuten als de rest. Theresa heeft een zwaar accent dat erg charmerend werkt maar blijkt daardoor nauwelijks te verstaan in een volle kroeg, hoewel ze vermoedens wekt een begenadigd poetesse te zijn. O, de magie van het niet-verstane! 1 opgevangen regel is ‘welbespraakten staan sprakeloos’. Verder blijkt ze van de apocalyptische school. Graag zouden we er meer over zeggen.

Den bakker drukt zijn montuur nog ’s stevig aan en dan volgt Erika de Stercke, een Gentse. Een dame met durf. Maar ook met een paar clichés helaas en die zijn onvergefelijk. ‘zwijg ik in alle talen’ pik ik op. Tegenover deze gemeenplaats staat dan weer een regel als ‘ in de kruin van Eden tussen neus en lippen’ hoewel de laatste zich ook weer van een versteende uitdrukking bedient.

De beurt is aan Gentle-max die vooral indruk maakt met de regels ‘eet uw kwark en ga!’ en ‘Laat mij de wereld niet weten.’ Maar we moeten door.

Jim Keulemans nu, bebaard en op leeftijd (laten we lichtelijk oneerbiedwaardig vaststellen dat ie al aardig opschiet) die onbevreesd de schemering in het voorportaal bezingt en vastberaden lijkt de Dood laconiek in de ogen te zullen zien. Niks nieuws maar wel indrukwekkend uit monde van deze Jim, zo uitbundig als deze man zijn vergankelijkheid viert. (mooie regel in deze; ‘Kinderstemmen klinken als vloeken’) Ook heeft hij iets met Kloos uit te staan.

Numero vijf blijkt Dick Keulemans, de zoon van voornoemde doodbidder. Zoonlief heeft andere hobby’s en zo hoort het ook. Hij rept van ‘laarzen van punt’, Loverboys, en heeft een geinige uitsmijter over meisjes en wat ie allemaal met ze zou doen, gegeven de juiste gelegenheid, met regels als ‘bakvis ik fileer je. Hoer ik betaal je.’ Woede en vrouwen, altijd een goeie combinatie. Vraag dat maar aan Aukelien Weverling, die doet het al jaren.

Frank Schoevaart treedt naar voren en levert gaandeweg een pracht van een regel af met zijn ‘mijn leven staat op de waakvlam’. Een wat makkelijke, maar daarom niet minder effectieve oneliner die zo op een bumpersticker kan. Ook de moeite waard is een deel van zijn gedicht over de afgebroken relatie met een moeilijke vrouw waarvan de dichter opmerkt nu ze eenmaal voorgoed vertrokken is: ‘ de buren groeten wel weer.’ Kijk, daar houden we van.

Op komt Justin, een vaker geziene klant bij Festina, die er een feilloze voordracht op nahoudt. Echt ‘op z’n slams,’ mag je wel zeggen. Sommigen staat zijn ziekelijke zelfverzekerdheid tegen, mij kan het wel bekoren als ik eerlijk ben. Doet me aan Mohs Volke denken, die tegenwoordig scholieren leert rappen! Props! Maar goed, Justin dus, met zijn maandelijkse maalstroom. ‘de vrome vagina van mijn geboorte vrouw’, hoor ik en de kort daarop aanschouwde ‘aartslelijke gezichten’. Jaja, ook dit keer levert ie z’n pakketje af, met strik eromheen. Afzender niet nodig.

Achtste van avond is Marleen, die een paar prachtige ingevingen aan de dag legt en getuigt van een oorspronkelijke geest, maar tegelijkertijd een stijl hanteert die in proza nog zou misstaan. Voorbeelden van schoonheid voorlopig; ‘ik ken iemand die uitstervende geluiden spaart’ (waarmee het gedicht, vrees ik, wel zo’n beetje af is). Maar ook sterk is de volgende tekst uit monde van een pizzakoerier met een gebrek aan realiteitszin: ‘mag ik zappen of keek je dit?’ over Marleen later meer.

Jolies. Een kwade genius gegoten in een lieve kleine roodharige vrouw. Ze lijkt me er een met een wicca-clubpas. Maar dan is ze van een andere orde dan Susan Smit die geen leven leidt meer een life-style. Om kort te gaan; Jolies kan weldegelijk toveren als ze dat wil. Een prachtige regel van haar hand is dan ook: ‘hij (haar vader) leidt ons rond door het land’.

Nu begint het beloofde poepfestijn. Alle decorum de deur uit, hier is ter uwer basaal vermaak - in badjas – Ditmar! Toch is Ditmar verre van basaal. Anaal, ja. Gefixeerd, ja. Het beste is deze jongen nog te omschrijven (en omschrijven zullen we hem) als een even langoureus als virtuoze kleinkunsthomo met een voorkeur voor het schokeffect en de absolute wil tot het zaaien van walging. Een dandy op badslippers die fantastisch voordraagt (net als Justin, overigens niet onbelangrijk: uit het hoofd) en die het heeft over dingen als ‘als een meeuw zo’n bolus poept is heel de meeuw eruit gefloept’ – een van zijn meest deugdelijke regels in deze ronde.

Hierna is er Josse die aangenaam verrast. Het thema ‘aangaande alles in en om de stoelgang’ wordt wel voortgezet, daar blijkt geen houden meer aan. We zijn tenslotte toch ook geen mietjes. Josse is een aimabele hardrocker met een krachtige voordracht (ook hij reciteert uit het blote hoofd) en deelt rake klappen uit met: ‘ een gedrocht beroert mijn ingewanden’ en als hij bij de voltooiing van een epische druk beseft dat hij ‘afscheid moet nemen van mijn zoon.’ Is het ook klappen geblazen. Geef de ambi-pur even een duwtje, als je wil.

Nee, dan Peter Lammers. die valt hier een beetje tussen al die smeerpijperij. Hij is voorzichtig, aarzelend en overtuigt niet optimaal vanwege enkele kleine versprekingen. Eervolle vermelding verdient een soort hyperfonetisch gedicht waarin de afzonderlijke regels in lettergrootte toenemen en meer accenten krijgen, terwijl deze transformatie onderwerp van het gedicht zelf is. (?) het droste-effect dus. Gelukkig geen chocoladeletters.

Dertiende deelnemer is de heer Hein-Jaap Hilarides, een zonderling figuur die er een nogal vrije associatie op nahoudt. Ondanks deze (schijnbare) incoherentie voel ik me genoodzaakt een enkele smaakmaker te noteren, zoals daar is: ‘de klauwplekken van een opgesloten hond in hout.’

Pauze. Martijn den Bakker en ik ‘hangen onze tampen maar in de plomp’, bij gebrek aan toiletvoorziening. Laat Felix het niet horen.

Als de tweede ronde aanvangt mag Martijn mededelen dat er vijf door zijn. Onze gebadjasde Ditmar neemt de aftrap met een serie ‘rimmen in ollekebollekes’. Zo mogelijk heeft hij zijn repertoire nog een tandje opgevoerd, dit keer worden we getrakteerd op een ware stortvloed aan vunzige vondsten, variërend van ‘ als u bijvoorbeeld een bloeddiarree patiënt uitlikt’ tot ‘de chocolaterie ligt nu in de spagaat’. ‘homoverhelderend’ noemt hij ’t zelf. We weten inmiddels wat Ditmar beweegt.

Marleen mag eroverheen. Ook zij blijft consequent in haar uitdragingen die goddank van een heel ander allooi zijn en spannende zinnen omspannen als ‘zijn kamer heeft de sfeer van ingehouden adem’. Al kan ik niet anders dan me storen aan de uitleggerigheid waarmee zulke parels worden opgevolgd.

Justin bouwt onverstoord verder aan zijn eigen taalimperium. Een retestrakke voordracht (sorry) alweer, die in een authentieke spit-battle niet zou misstaan. Ruimteseks komt langs. ‘Ik ben een psychonaut en ik wil je kunnen leren’ verklaart hij. Justin schaduwbokst zich wel weer door deze ronde heen, vooral als hij eindigt met een prachtig gedicht over een hoerenbezoek – nog altijd een populair onderwerp onder dichters. Belezen als ik ben denk ik daarbij aan E. Du Perrons ‘Liedje voor een oude hoer’ en de meer recente Tom Zingers ‘Lena’ eindigend met de klassieke regels ‘Schat, ik ben een dichter, ben wel vijftig euro lichter maar je bent een mooi verhaal. Het was een daad ter inspiratie en ik neem je wel verbaal.’ Andere tijden, terug naar de onze, zoals het op de verrekijk wel heet.

Jolies heeft de tweede ronde ook gehaald en gooit het ditmaal over een andere boeg door een lang ‘verslag’ te doen van een bezoek aan de Duitse Bühne, eens, ooit sanderendaags, waarin de perikelen van de tweede wereldoorlog – tegen alle moderne sentimenten in – als aktueel worden ervaren. Want een ervaring is het, zoals Jolies haar eigen creatie ondergaat, sjonge jonge. ‘Het publiek loert als schietgaten’ en ‘voetbal is een slap aftreksel van oorlog’ bijt ze ons toe. Om deze dame kan je moeilijk heen.

Laatste in deze tweede ronde is de oerse Josse die stampij maakt met ‘ogen als te veel gebruikte knikkers’ als ie het heeft over een onooglijk vrouwschepsel dat ‘een slijmspoor achterlatend’ tot de dichter zou naderen en ‘Petra’(?) heet. Die van die knikkers vind ik zelf geweldig, hoewel je deze misschien even op je in moet laten werken. (wat voor knikkers? Piraatjes? Ja, piraatjes.)

Pauze. We nemen er nog eentje, het is tenslotte gratis. Doe maar een Duvel trouwens, lieverd. Drink ik ook eens merk.

De Finale. Den Bakker brengt zij haar in model en kondigt de bekendmaking van de Publieksfavoriet aan. Justin is het, die nagenoeg unaniem en zelfs vanuit buiten de kroeg wordt bejubeld en bij deze dan gelauwerd... met een fles wijn.

Daarna gaan we meteen weer door met Josse, die bijkans bekomen is van zijn vorige bralpartij-op-niveau. Misschien ligt het aan mij, maar dit keer overtuigt hij iets minder dan in de vorige twee rondes. Het verschil is niet groot, de kerel kampt nog altijd met dezelfde demonen, maar in een of twee gedichten is de rake absurditeit gekanteld naar het hopeloos flauwe. Wel weer sterk is ‘mijn bouwvallige rug’ en ‘strompelend als een horde vuilgeregende veulens’.

Justin, die zich niet heeft laten ontregelen door de zojuist geïncasseerde lof, toont zich nog altijd heer en meester van de eigen stof. Wel meen ik dat de gevorkte ader die zich in zijn nek aftekent een en ander verraadt. Mensen kijken, ik doe ’t graag. Affijn, de slammer van formaat orakelt er weer op los en raakt daarbij aan dingen als ‘veelkleurige soortgenoten die klussen aan kruisjes op huisjes’ om maar wat te noemen. ‘kwaad bloed kruipt tot waar het blijft kleven’. Bij Justin is citeren niet het belangrijkste, die moet je vooral bijwonen. Ali B, stop er een lolly in.

Marleen als laatste in deze door testosteron geteisterde finale. Zoals wel duidelijk moge wezen, staat haar voordracht haaks op die van haar voorgangers en moet zij het eerder hebben van de oorspronkelijkheid van inzicht die ze hier en daar ten beste geeft. Edoch, een filosofe is ze nog niet. Vaak zijn het aanzetjes tot. ‘je angst doet dienst als bodem voor de taart’ is bijvoorbeeld een spannend begin, maar schrijf er maar eens een regel onder. Daarnaast ben ik van mening dat ze zich af en toe vergrijpt – weliswaar om haar gedachtegang een natuurlijk verloop te geven – aan de meest onbeminnelijke constructies, ziedaar: ‘zo bedacht ik me’ en een regel als ‘(mijn) confrontatie met de vanzelfsprekendheid’. Foei. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat Marleen zonder reden in deze toch zeer spannende finale terecht is gekomen!

De muziek springt aan, de jury gaat in beraad en ik bestel nog een kelk van het een of ander. ‘Peukie doen?’ peilt Den Bakker die er overigens goed inzit vanavond, en de presentatie met de hem kenmerkende levendigheid heeft afgeleverd.

Erik-Jan Harmens treedt in het voetlicht als gedelegeerde. Een cult-held van het eerste uur weet de beste kerel wel raad met deze avond, ondanks de verdeeldheid die nu en dan in de jury heerste. Een straffe rapportage volgt, waarbij de lollige badjas een paar keer vermaand dient te worden zijn gekakel te staken. Veel bondiger dan ik het hier heb verteld, vat Harmens de avond nog eens samen en verklaart de winnaar voor vanavond: Josse heeft de voorkeur!

Ik kan ermee leven en Den Bakker die afkondigt en mij per abuis tot verslagschrijfster bombardeert onder veel hilariteit, die ook.

Was getekend,

Bernadette