Amsterdam zaterdag 18 augustus 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG


Ik zou willen zeggen dat er een rokerige, broeierige sfeer in de kroeg hangt. Maar dat komt pas laat op de avond. Mensen hangen rond op het terras alsof het volop zomer is en afgezien van een chaotische start door het gebrek aan een tijdige opkomst van de kandidaten loopt alles in de pas. Vanavond vindt niet alleen de laatste poŽzieslag voor de finale plaats, het is tevens de opening van de nieuwe expositie: Vermist: Arno.

Door: Shayne McCreadie.


Verslag Poezieslag, 17 Mei 2010.
Al jaren verzamelt Rudolph Kempers oude dia’s op rommelmarkten. Foto’s van de camping, verjaardagen, etentjes in de tuin, talloze verwaarloosde, anonieme, huiselijke taferelen. Deze worden in Festina geëxposeerd en ditmaal schreven dichters Sander Meij, Pim te Bokkel, Martijn den Bakker en Bernard Wesseling hier de begeleidende teksten bij.

Arno is een jongetje uit de bundel ‘De dingen de dingen de dans en de dingen’ (2010) van Pim te Bokkel en is op zijn eigen verjaardagsfeestje weggelopen. Dit thema is de leidraad van het ‘inloopgedicht’  waar de bezoeker zich vanavond in bevindt.

Arno blijft nog even vermist. De opening is een paar uur opgeschort en de eerste ronde van de poëzieslag met 9 deelnemers vangt aan.

In de jury: Eric Jan Harmens, Sven Ariaans, Rick de Leeuw & Nora.

Eregast: Edith

Presentators: Sander Meij, Martijn den Bakker

Wietske Lubiz is een meisje uit Amsterdam Noord en maakt naar eigen zeggen poëzie voor 60 plussers. Haar rijmpjes richten zich op het dagelijks leven, zoals het ongemak bij een bezoek aan de huisarts, maar in de geest van Martin Bril en zijn rokjesdag leeft ze zich ook in in de identiteitscrisis van de veertig plusser. Ze spreekt helaas een beetje zachtjes en richt zich vooral op het publiek en de jury die boven zitten. Bovendien heeft het een sterk Heleen van Rooyen gehalte waar ik persoonlijk niet zo gecharmeerd van ben.

Een doorgewinterde Erica volgt dit frisse jonge ding op. In een zwaar Vlaams accent draagt ze voor. Ze houdt van alliteraties:

‘ …beduimelde boekenkaften…. Een bokaal bleek gerstenat…’ 

er zitten een aantal leuke vondsten tussen, maar hier blijft het ook bij, vergezeld van een enkel cliché.

‘Op haar perzikenhuid glijd ik langzaam en behoedzaam naar beneden, smekend maakt ze zich meester over mij.’

Het klinkt mooier dan het is en met haar boutique reeks glijdt ze langzaam af naar slechte porno.

De presentator springt  overeind om in te grijpen. De deelnemers hebben tot nu toe een beetje moeite om zich aan de drie minuten te houden.

Erwin Mulder is aan de buurt. Een lekker zenuwachtig ventje die een heel boekwerk aan los papier bij zich heeft. Papier gevuld met een aaneenstrengeling van oneliners.

‘ Solliciteer ik bij deze op uw functie van copywriter op het reclamebureau. En met enige trots kan ik u verklaren dat ik nog steeds met enige mate suïcidaal ben.’

Of:

‘Ik had nog geen eigen slaapkamer, maar ik wist het al: ik ga in de klanten contact business’

Deze zinnen selecteer ik niet omdat ze zijn blijven hangen, maar omdat ik deze uitzonderingen in hun volledigheid kan verstaan. Doordat Erwin steevast zijn laatste woord mompelt of afraffelt mis ik met enige regelmaat de clou. In het publiek heeft hij echter wel een aantal lachers op de hand.

De jonge Quincy brengt spoken word en neemt als eerste een moment stilte vooraf. Hij spreekt goed verstaanbaar en zijn gedichten spreken meer van ervaringen dan van waarneming. Quincy houdt niet van open water en strooit ook niet met snoepgoed.

‘Dit is de plek waar je de benen hebt gekregen om elkaars leven in te struikelen.’

Hij heeft een zekere nonchalance over zich, het voelt of hij veel over zijn zinnen heeft nagedacht en duidelijk weet welk beeld hij op ons over wil brengen. Helaas neemt hij wat langer de tijd en wordt ook hij (terecht) onderbroken door de presentator.

Marcel van Dijk, een man van een jaar of 40 wordt geïntroduceerd als een  “old school Festina dichter”

Zijn eerste gedicht heet Amen. Hij draagt deze ook voor als een predikant en  brengt zijn treurige teksten op hevige, haast bestraffende toon.

Het probleem is dat de zware boodschap die hij meegeeft niet helemaal in rijm valt te passen. Maar branden zullen we blijkbaar allemaal.

PAUZE

- Ik vond ‘t sowieso veel vormvastheid hebben… Rijm op rijm op rijm op rijm op rijm….

- Pfff… veel Sinterklaasrijm, man!

De eerste ronde gaat verder…

De jury laat op zich wachten… Sven staat zijn sigaret op te roken en van de presentator mag het publiek hem binnenroepen: “1, 2, 3” “SVEEENNNNNNNNNN!”

Het is inderdaad Sinterklaas vandaag.

Fredoen is een grijzende vijftigplusser uit een ander land.

‘Geen perspectief, geen ingang, geen uitgang.’

Ongetwijfeld een dictatuur ontvlucht.

‘ Zo rood als het bloed van de tuinman, die niet meer langskomt….omdat hij dood is.’

Een aantal mensen moeten gniffelen om deze droge zin. Voor mijn neus wordt er onverstoorbaar een kruiswoordpuzzel gemaakt.

Fredoen schreeuwt opeens. De verrassing is komisch, maar hij wacht niet op de lach. Ik proef een cynische ondertoon. Hierna brengt hij een gedicht in een andere taal, voor de eregast, maar deze breekt hij abrupt af, reden onbekend.

Daan Doesborgh komt op. Met zijn lange haar en een brilletje lijkt hij nog het meest op iemand die in de ICT zit. En dan barst hij los. Hij mixt onhandig afscheid met dromerige zinnen…. Ik denk aan koekjesbakken en kinderboeken en wordt meegezogen in zijn wereld waar alles wat gewoon is even verbaal op z’n kop wordt gezet.

 ‘Ik ben een moederstuinen man, ik ben van vaders herfstbladeren, ik ben een man van rabarber, laat maar, nu hoeft ‘t al niet meer….’

‘Ik had mijn wanten in je mond willen stoppen, waar je speeksel, je kaken, ze tot karbonades kunnen malen. Ik ben een sneeuwpop van zwijgen, dus ik zei ga maar.’

Daan’s enkele gedicht is afgelopen voor ik er erg in heb.

Nu volgt Melisa uit Drachten. Een kleine vrouw met een mooie, zangerige stem. Melisa is liever in het bos waar ze bladeren kan laten vallen in plaats van vrienden, dan verschijnen ze volgend jaar weer trouw aan haar arm.

Ze heeft veelbelovende titels zoals: ‘ Depressie van een vis.’ En ‘Chameleon op sterk water.’ Wat volgt zou wat meer de diepte in mogen.

Kira Wuck is aan de beurt, duidelijk een oude bekende, aangekondigd als half Fins, half Indonesisch, met een voorliefde voor Thais eten.

Kira schrijft lieve verhaaltjes maar door haar timide voordracht komen ze niet zo sterk uit de verf en moet je je ontzettend op haar beschrijvingen concentreren. Ook hier gaat het over bloed. Oertijd, middeleeuwen en het nu lopen door elkaar en dat is prima.

Er zitten andere mooie verwijzingen in haar gedichten.

‘Je vraagt wie er een dood paard in je bed heeft gelegd.

Je natte haar plakt in je hals, je hoofd in onze handen…. ‘

Het is alleen jammer dat ze haarzelf  distantieert door veel in de –jij-vorm en in de verleden tijd te praten.

PAUZE

- De punt comma is ook een apart fenomeen

- Ik gebruik ‘m heel vaak

- Volgens mij weet niemand hoe hij echt gebruikt wordt…. Ik kan je wel een     

  voorbeeld geven, maar niet nu.

En zoals dichters zouden zeggen:  en dan nog iets met puntcomma’s….

Op naar de tweede ronde.

Voor me wordt nog steeds een kruiswoordpuzzel opgelost.

De dichters die door mogen krijgen dit niet vooraf te horen maar worden per keer op het podium geroepen.

Kira bijt de spits af. Ze maakt weer alleen maar gebruik van de ‘jij’ vorm en maakt niet veel contact met het publiek beneden.

 ‘Ik luister naar het lawaai en raak steeds meer woorden kwijt.’

Herkenbaar. De deur achter mij gaat talloze keren open. Ik vraag me af wat er mis is met wachten op het applaus om binnen te komen.

Maar Kira laat ons het toch weer beleven:

‘Soms gebeurt het terwijl je kijkt hoe de machines zich voor je uitsloven dat iemand een deuntje fluit, en je voor je ’t weet in een flamencobar belandt….’

Maar dan later:

 ‘Zeggen dat je de was niet meer op zaterdag doet, dat we voortaan de was dagen zullen verdelen…. ‘

Ik heb een relatiebreuk zelden zo fraai verwoord gehoord.

Fredoen is de volgende.  

Hij schenkt ons prachtige metaforen, slingert als een plastic zakje door zijn woonkamer, maar articuleert soms minder duidelijk. Hij pakt zijn anderstalige gedicht weer op. Nu is hij helemaal niet meer verstaanbaar, maar wanneer hij in zijn moedertaal spreekt  komen zijn voordrachtskwaliteiten veel sterker naar voren. We deinen mee op zijn fijne klanken en er wordt na afloop goed geapplaudisseerd. “Exotisch!”  Roept iemand.

Erwin heet nu Evert. Er is eigenlijk geen verandering ten opzichte van de eerste ronde.

‘Mag ik een kusje, thuis zijn ze op.’

Er wordt gelachen, maar ik heb het gevoel dat ik naar een slechte dialoog tussen een Boomerangcardrek en een Loesje poster zit te luisteren.

Hij verzandt in poep en scheetgrapjes en mijn buurman fluistert dat het soms een beetje te plat wordt. Ik wil de kruiswoordpuzzel eigenlijk wel even lenen.

Marcel komt op en het koffiezetapparaat van de bar schiet prompt aan.  Weer gelach uit het publiek, het wordt laat en de stemming wordt steeds losser.

Marcel voert ‘Het archiefwezen’  op en kondigt deze zelf aan als een ‘ mooi gedicht’ 

‘Dwalend in de toekomst van een onbeleefd verleden,

Langs kartonnen muren in de kelders van de stad

Schrijf ik mijn geprinte leven over in het klad,

Deadlines corrumperend tot een knoeiwerk van gebeden.’

Hij is deze ronde wat rustiger en presenteert alles met wat meer humor. Tussen de gedichten door snuit hij telkens zijn neus, en maakt hier elke maal trouw melding van.. Zijn gedichten blijven zwartgallig, maar zijn toon is minder heftig waardoor zijn zinnen eerder indruk maken dan zomaar te overdonderen. Zachtjes wordt hem ingefluisterd dat de tijd om is.

Daan Doesborgh is de laatste kandidaat in de tweede ronde. Hij doet 4 gedichten of coupletten. Wederom is het een aaneenschakeling van mysterieus samengevoegde woorden, maar haast fascinerender dan naar hem luisteren is naar hem kijken. Hij prevelt, zijn vingers gebaren en benadrukken zijn metrum. Met zijn handen trekt hij het gedicht haast woord voor woord uit zijn borstkas.

PAUZE

- Wil je even vragen welk nummer op staat en een witte wijn voor me bestellen?

- Daar heb ik gewoon een iPhone app voor hoor….”

Deze pauze nemen we afscheid van de menselijke interactie… Het liedje was overigens van Empire of the Sun en stond iets te hard.

En daar is Arno dan.

Sander draagt zijn presentator petje over aan Martijn die ‘m prompt ook doorgeeft want “Er is één iemand die hier zijn licht op kan laten schijnen en dat is Pim te Bokkel, want dit is allemaal zijn schuld.”

De expositie wordt eindelijk geopend. Pim legt uit hoe we allemaal wel eens willen ontsnappen, wijst alle gedichten (ook naast de prijzenkast en ook naast de staande lamp) aan, incluis het vluchtplan “ In geen moment in de geschiedenis werd een mens omringd met zoveel dingen.” en vloeit hiermee naadloos over in zijn voordracht. En hier, dames en heren, is het verschil tussen amateur en ervaren dichter opeens duidelijk.  Pim, Sander, Bernard en Martijn zijn allen oud deelnemers, die nu naarstig een carrière als dichter / schrijver voortzetten en hun talent hard zijn blijven ontwikkelen. 

Bernard Wesseling kreeg nooit een Legofort voor zijn verjaardag. Het gedicht Legoleed draagt hij hierbij ook op aan zijn ouders. Sander Meij geeft een waanzinnige impressie van zijn opa zaliger door in Amsterdamsj accent een verongelijkte brief van ome Bep voor te dragen. Martijn “ik heb niks grappigs, dat is nieuw in mijn oeuvre…” den Bakker leeft zich moeiteloos in in het kinderfeestje van een vroegwijze zesjarige. En Pim voert nog een aandoenlijk gedicht op, waarbij een jongetje alle bloemetjes in de tuin laat meedelen in zijn verjaardag. Ondertussen halen de Rauwe Uiwe (want zo noemt dit superteam zichzelf) elkaar zoveel mogelijk onderuit tijdens de voordracht. Hoort erbij. Ook dat zijn we gewend van vroegere Poëzieslagen. 

Er wordt eindelijk gejuicht in Festina Lente.

Er gaan 3 mensen naar de finale…

…Daan, Kira en Marcel.

Daan begint. Zijn gedicht gaat over een wortelkanaalbehandeling.

‘Lief dagboek van haat en frustratie, ik schrijf je in een delirium van pijn, wat alles mist van delirisch zijn, behalve de lyriek.’

Wauw. Daan gaat los, dreunt en gromt de strofes er uit.

Je zou bijna vergeten dat het om een medische ingreep gaat. Het verandert in een Gregoriaanse lofzang. Hij zelf transformeert naar een oude man. Hij doet overigens alles uit zijn hoofd.

Daan hijgt. Er komen cat calls uit het publiek. Ook voor deze meeslepende jongen volgt een daverend applaus.

En dat is poëzie, die overweldiging die je kunt ervaren.

Kira volgt.

‘Het was zo een avond dat ik de naam vergat, vergat wiens handen zich op mijn buik probeerden te nestelen.’

Ze praat eindelijk over haarzelf, mooi, dit is in het volgende gedicht helaas weer voorbij. Wederom die afstand. Ze houdt vroeg op en de presentator spoort haar aan om er nog een paar voor te dragen.

Marcel sluit af. Volgens verwachting klinkt zijn stem nog iets milder. Meer als een mantra. Mijn favoriet is zijn gedicht over de draaimolen:

‘Langzaam draait de kermis om mee heen, opgevouwen in een brandweerwagen, achtervolgd door kinderen….’

Hij stelt vragen zonder de correcte intonatie waardoor elke adempauze die hij neemt met een lach wordt ontvangen, soms wordt dit een beetje flauw. Het probleem is dat ik niet altijd meer weet waar het omgaat. Het zijn prachtige zinnen, maar soms lijkt hij af te dwalen in zijn eigen gedachten. Dan slaat hij weer de spijker op z’n kop:

‘In de tram bekende vreemden, in de lift bekende vreemden.’
En
‘Ze smeet zich de kroeg in als rottend aas.’

De jury beraadt zich.

PAUZE

- Hoe gaat het met je verslag? Zit er al een grapje in?

Het grapje ontgaat me even. Er zit een klein meisje in het publiek die me even uitlegt wat ik er precies mee moet doen. We zetten de traditie gedwee voort.

Over het juryrapport en de dingen die voorbij gaan.

Oh oh, de aandacht is verslapt. Het duurt even voor de mensen verstommen.

Rick de Leeuw brengt de uitslag.

Volgens hem kun je niet verliezen op een avond als deze. Hij vraagt ons of we ooit zoiets hebben meegemaakt. Vraagt zichzelf af hoe je kan zeggen dat je met stomheid geslagen bent, als je met stomheid geslagen bent. In de voorronde geen wanklank, ondanks duidelijke verschillen, in de tweede ronde een grotere onderscheid, maar de finale van een schoonheid die voelbaar was, aldus Rick.

“We hebben getwijfeld en eigenlijk waren we er heel snel uit.”  Het publiek schiet in de lach.

“Doesborgh heeft pijn tastbaar gemaakt. Zijn aanwezigheid hier was pijn geworden. Dan kan je iets groots, Doesborgh deed iets wat we allemaal begrepen”  

Daan wint de publieksprijs.

“Bij Kira zijn we meegezogen in een wereld waarvan we meer willen weten. Je wil met haar ogen kijken naar de wereld die tot dan voor mij een normale wereld was. Een wankele wereld. Een paard is geen paard in haar wereld,  een paard betekent… “ “SCHAAP!”  roept iemand uit het publiek. Gelukkig wordt de interpretatie ons bespaard. De eigen associatie en herkenning van vanavond is veel belangrijker.  

Er wordt aangeraden om te publiceren.

Bij de beoordeling van Marcel komt er opeens een gedicht uitrollen bij Rick. Het juryrapport is onnavolgbaar, zoveel heeft het bij hem opgeroepen.

“Hier gebeurt iets waarbij een onderstroom zit waar bij waar van je alleen kan hopen dat het verlichting brengt. Hoeveel meer wanhoop kun je in weinig woorden teweeg brengen. “

Marcel wint.

Dit is het moment dat het barpersoneel hun stem laat gelden. Ze delen twee wildcards uit, waardoor zowel Daan en Kira doormogen naar de finale. En terecht.  

Hoe het afliep….
 
- aan het einde gaat het altijd weer over drank

Zaterdag 12 juni is de Jaarfinale op de Brug, met alle maandwinnaars van het afgelopen seizoen en natuurlijk alle wildcard-houders.... Niet te missen!

Door: Shayne McCreadie.