Amsterdam zaterdag 18 augustus 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG








Verslag poŽzieslag di 5 november 2002

Verslag door jurylid/dichter Sven Ariaans
Op dinsdag 5 november, vlak na de week waarin het Nederlandse volk in het algemeen en Prins Bernard in het bijzonder, werd bezig gehouden door de moord op een behulpzame jongen in Venlo enerzijds en de aftuiging van een weerloze winkeldief in Amsterdam anderzijds, vond in eetcafé Festina Lente de derde poëzieslag van het seizoen 2002/2003 plaats. Een jaar daarvoor had een heftiger (mondiaal) geval van zinloos geweld poëten en publiek niet weerhouden om naar de Looiersgracht af te reizen (integendeel zelfs) en ook nu was het weer bovenmatig druk te noemen. Desalniettemin twee opvallende afwezigen.

Traditioneel jurylid Simon Vinkenoog had verstek moeten laten gaan wegens ziekte en ook Neeltje, de vaste presentatrice, bevond zich niet in het pand (liefdesverdriet, zo ging het gerucht). Geen nood echter, haar plaats werd met verve ingevuld door Fredoen Valianpour, terwijl de jury werd gevormd door Yvonne van Doorn (schrijfster en inderdaad de weduwe van), Helene Gelens (dichteres en redactielid van het tijdschrift Zwart Water) en Sven Ariaans (rapper/dichter). Maar belangrijker zijn uiteraard de mensen die op zo'n avond achter het kateder plaatsnemen: de dichters zelf. De eerste die aantrad was de Haarlemmer Harm Noorden. Hij begon met het debiteren van een reeks onheilspellend klinkende Latijnse spreuken, die hij vervolgens op rijm vertaald bleek te hebben. Hoewel het scheppingsproces natuurlijk ook andersom kan zijn verlopen.

Ik moet toegeven dat het in dat geval een een goeie truc was; de clichématige rijmvolgorde "beven, streven, leven" klinkt in het Latijn toch een stuk indrukwekkender. Als tweede kwam Geert Walgemoed het podium op. Hij was helemaal vanuit Hengelo gereisd om drie minuten over draken te komen dichten. En van een gebrek aan enthousiasme kon hij dan ook niet worden beticht. Des te meer helaas van een enigszins bombastisch taalgebruik en een grote mate van inhoudelijke voorspelbaarheid. Gelukkig had de derde dichter daar geen last van. Wicher Ponne uit Arnhem is een slamveteraan (hij won al eens in Doornroosje/Nijmegen) die weet hoe hij het publiek moet bespelen. Met name zijn afsluitende light-verse-gedichtje over een computerbezitter die voortaan "topless door het leven" moest, zorgde voor het nodige gegrinnik.

Qua naam nog naakter dan topless maar evengoed vrolijk was de laatste kandidaat uit het eerste blokje; Ton Toutnu (overbodig wellicht, om te vermelden dat het hier om een pseudoniem ging) uit Zeist. Ton was in zijn poëzie trots op zijn buik; grijnzend sprak hij van "klotsende welvaart" en had het, om maar even bij consumptie te blijven, over "treinen die mensen opaten". Hij zette niet onaardige beelden neer, maar vergat hier helaas een beklijvend geheel uit te vervaardigen. Ook de vijfde deelnemer, Stefan, een Nijmeegse begeleider van geestelijk gehandicapten ("mongolen" zoals ie ze zelf noemde) had hier mee te kampen. Waarbij ik wel wil opmerken dat Stefans gedichten ritmisch knap in elkaar staken. Het was uitstekend verzorgde "slow"-rap (met excuses voor de linguistische paradox) die hij ten tonele bracht.

Verre van slow was de dichter die daarop de planken besteeg. Julius, alias "The Joker", uit Amsterdam verraste zowel publiek als jury met een extreme vorm van podiumpoëzie. Gehuld in felgekleurde kleding en voorzien van een moderne narrenkap declameerde hij dansend en zingend een, kwalitatief gezien, enigszins dubieus vers, dat eindigde met de regels : "Snap je nog een zak van dit gedicht? Word je hier domweg opgelicht?" Raker had hij mijn gevoel van dat moment niet kunnen beschrijven, wat natuurlijk een prestatie op zich is. Zelfbeoordelend vermogen in combinatie met zelfrelativering is een van de grootste gaven die een dichter zich kan wensen. Maar als je (nog) niet (voldoende) beschikt over zelfbeoordelend vermogen, dan kun je natuurlijk, onder de voorwaarde dat je (al wel) zelfrelativerend bent, nog altijd een beroep doen op derden.

Tot dat inzicht was de zevende poëet van de avond, Alexander 't Hert, gekomen. Op het forum van 's Neerlands populairste poëzie-site "Poetry Alive!" had Alexander, op het net beter bekend onder de naam "Laherto", zijn lezers gevraagd welke gedichten hij het beste kon voordragen tijdens deze slam. Het resultaat was er naar. In sneltreinvaart passeerde een uitgebalanceerde melange van thema's de revue, in gedichten waar weinig op aan viel te merken. Voeg daaraan toe dat hij zijn voordracht, zoals een podiumveteraan dat expres zou doen, net buiten de tijd zinneprikkelend besloot met een cliffhanger; een gedicht waarvan de beginzin luidde: "Ik bef je bij de bus".

Vervolgens was het de beurt aan de Haagse Nanne Timmer om het podium te betreden. Ze deed in haar eerste gedicht een huwelijksaanzoek aan de taal en ook in de rest van haar poëzie speelden de letteren een grote rol. A poets poet, maar het was wellicht interessanter geweest als ze zich iets meer uit haar ivoren toren zou hebben gewaagd. Wie zich wel blootgaf was de negende kandidaat van de avond, de Amsterdamse Birgitta Hacham. Ze had oorspronkelijk de intentie om Engelstalige gedichten voor te gaan dragen, maar toen ze vernam dat de jury enkel werk in de Nederlandse taal mocht beoordelen, veranderde ze moeiteloos van plan. Haar tegelijkertijd kwetsbare en speelse poëzie betekende een oneway ticket naar de harten van het Festina-publiek.

Ze had het over willekeurige voorbijgangers die haar eigen persoontje in minirok beoordeelden met de woorden "Zag je dat? Veel te oud voor" en eindigde haar voordracht met een opsommend gedicht over angst, waarvan de laatste zinsnede luidde: "ik ben bang om bang te zijn." Daarna mocht Anna Korteweg, eveneens uit Amsterdam, het proberen. Ik moet zeggen dat ze haar achternaam eer aan deed, want ze hield het bij één kort gedichtje waarvan bovendien praktisch de helft van de tekst bestond uit één enkele repeterende zin: "zo glinstert nu de waarheid".

Gelukkig was de daarop volgende kandidate, Karlijn Groet, ook al uit Mokum, iets langer van stof. Ze begon haar optreden al direct zeer prikkelend met de aankondiging van de titel van haar eerste gedicht: "Kom naar beneden en sla je Pa!" Wat volgde was een allesbehalve flauwe uiteenzetting over het hedendaagse televisie-aanbod, een moderne versie van Komrijs bekende omdoping van de TV in treurbuis. Nog mooier was haar laatste gedicht uit de eerste ronde, "Kartonnen kasteeltje". Karlijn droeg het prachtig voor door; laste op de perfecte momenten gevoelige stiltes in, waardoor het publiek nog ademlozer luisterde dan het gewoonlijk al doet.

De afsluitende poëet van de eerste ronde, Alwin Pieters uit Nijmegen, zag eruit als het archetype van de "echte" dichter. Ondanks het tropische klimaat dat (zoals altijd) heerste op het Festinapodium, vertikte Alwin het om zijn lange zwarte winterjas uit te trekken en met de eerste woorden die over zijn lippen kwamen, "O! Schuur!", bleef hij nog eventjes kort in die rol. Al snel echter bleek het niet zozeer om een (zwart)romantische poet maudit te gaan, maar meer om een rasechte vertolker van het light-verse. Op zich nix mis mee, maar helaas was het niveau van zijn werk, voorzichtig gezegd, (nog) niet hoog genoeg om de zaal van voor tot achter aan het lachen te krijgen.

Zijn provincie-genoot en ambassadeur van hetzelfde genre, Wicher Ponne, kreeg dan ook de voorkeur van de jury om, net als Karlijn, Laherto, Birgitta en Joker Julius, aan te treden in de tweede ronde. Het bleek een mooie selectie. Karlijn had het over zwanger zijn; "Geef ik mij aan het overgeven over en kots daarvan", Laherto begon met het beffen bij de bus, debiteerde even later een gedicht met de titel "bitch", gevolgd door "peuk na neuk",

Birgitta bleek daarna eveneens over "erotisch" materiaal te beschikken; ze had het over "laat het aanstekelijke sex worden, die we in kistjes kunnen stoppen, in bewaring voor slechtere tijden", Joker Julius etaleerde een fenomenaal geheugen door willekeurige mensen uit het publiek titels van gedichten uit zijn hoge hoed te laten grabbelen, om die gevoeglijk zelf uit het blote hoofd te declameren en Wicher op zijn beurt liet zien ook zien de ruigere woorden niet te schuwen; met een prachtig light-verse-gedicht, een relatie relaas dat onschuldig begon met "Laat mij je ridder zijn", maar vervolgens alsmaar heftiger werd tot het uiteindelijk uitmondde in de zin "Laat mij je klootzak zijn en jij mijn bitch".

Het kostte de jury aardig wat bedenktijd om uit deze vijf een tweetal te selecteren dat in de finale zou mogen uitvechten wie de winaar van de avond zou worden. Na lang wikken en wegen viel de keuze uiteindelijk op Karlijn en Laherto. Waarna Karlijn in die finale zo overtuigend voor de dag kwam dat zij zich de onbetwiste winnares van de juryprijs mocht noemen. Hieronder kunt u een van haar prachtige gedichten lezen. De publieksprijs ging met overmacht naar Birgitta die zich daardoor tijdens haar toegift eindelijk kon overgeven aan het voordragen van een gedicht in haar moedertaal. Rest mij nog te vermelden dat de operationele leiding van Festina Lente het optreden van Joker Julius dusdanig verfrissend vond dat hij er met de speciaal hiervoor ingestelde "barprijs" vandoor ging. Het was ene schoone avond, gevuld met een overdosis aan zinvol verbaal geweld.
Sven Ariaans

Kartonnen Kasteeltje
haar woorden
haar vechtende ridderwoorden
verraden hun orde
en laten zich verleiden
tot vluchten
ongerijmd
daar gaan ze
ze kijkt ze na
en wenst ze
toch
het beste toe
ze volgt ze
en speelt even
voor sirene
wijst ze na
en tracht ze te sturen
als was zij nog
hun dirigent
ze landen op de
stilte
van een netvlies
worden gevangen
achter de oogluiken
en een zucht
van herkenning
wordt geslaakt
zij gebiedt ze
halt te houden
en terug te keren
tot het gebied
dat zij hen bood
maar er is geen
houden aan
ze hebben reeds
ontmoet
hartewoorden
sprekend in akkoorden
met een ongekend metrum
en zij
ach zij
zij fluisteren
over liefde en
laten dus
van haar ridders
niet veel heel
en nu
zonder hun gezelschap
leeft zij haar
ongeschreven leven
in haar
kartonnen kasteeltje
en roept schrijvers aan
om te bestaan
Karlijn Groet