Amsterdam maandag 18 juni 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG








Verslag poŽzieslag di 6 januari 2004

Verslag door Gerard Beentjes (mede-initiatiefnemer van deze avond) en Dasja KootZe waren er weer in Festina Lente, Driekoningenavond 2004, een voltallige publiek, dorstend naar de poëzie, en dichters, gereed om het publiek te geven waar het om vroeg. En ook de jury was er: onder voorzitterschap van Sven Ariaans, slammer en podiumdichter van het eerste uur, Dasja Koot, medewerkster van de School der Poëzie, en Gerard Beentjes, vanachter de schermen als invaller voor Simon Vinkenoog.

Als altijd bestormden talenten het Festinapodium, die vierkante meter met een muziekstandaard, maar zonder microfoon. Het is een wonder dat in deze tijden van elektronisch geweld de mensen in Festina Lente luisteren naar podiumdichters die onopgesmukt en onversterkt hun menselijke stem ten gehore brengen.
Als altijd komen er dichters die na de eerste ronde hun boeken weer mogen inpakken. Zo moest Hink Siegers ervaren dat succes op andere podia helaas geen garantie is in de Poëzieslag, op een avond dat anderen meer in vorm zijn.

Dat is de realiteit van poetryslam, waar winnaars zijn, zijn helaas ook verliezers.
De dichter Rody, debuterend op dit niveau, bracht gedichten die intrigeerden, vooral in de eerste ronde, maar in de tweede ronde sneuvelde hij omdat voor het podium zijn teksten toch te weinig gedurfd waren, te voorzichtig bleven nog.
Een andere debutant van het bal, Bernard, kwam met twee soorten gedichten, sterke en zwakke poëzie, waarbij hij soms teveel leunde op zijn voorbeelden Gerrit Achterberg en Hans Lodeizen. Namens de jury gaf Dasja Koot hem ook de tip om zich te verlossen van rijmdwang. Het publiek was echter een andere mening toegedaan. Bernard kreeg de publieksprijs.

Als altijd was Pim ten Bokkel met zijn eigen gedragen voordracht een kanshebber in de tweede ronde, maar ondanks het feit dat hij een prachtige trilogie bracht met regels als "geboren om de wereld te veranderen schopte ik tegen een steentje". In het juryberaad viel zelfs de zin: "Jij bent bezig de bestaande poëzie te veranderen".
Maar in de vergelijking tussen kandidaten moet een jury kiezen. In de finale stonden tegenover elkaar: Laherto en Merik van der Torren, net als Pim geen onbekenden in Festina Lente.

Laherto bracht gedichten, waarin hij woonde, met een overtuigende voordracht. Hij deed met zijn voordracht de juryleden denken aan Erik Jan Harmens. Het ritme van Laherto's voordracht was opvallend eigen te noemen, een ontwikkeling die past bij podiumpoëzie.
Dasja Koot herhaalde in het juryrapport de metafoor van wonen in gedichten door Laherto aan te sporen met "Blijf zoeken naar vernieuwing, je verdient een groter huis."

Merik van der Torren was de terechte winnaar van de avond. Als presentator en als organisator van poëzieavonden in De Badcuyp heeft hij in het podiumcircuit al langer naam. Ook als dichter heeft hij enige faam. Toch was hij verrassend aanwezig met humor gebrachte nieuwe gedichten. Hij had prachtige zinnen zoals "De wind heeft de straat opengescheurd", afgewisseld met droogkomische regels als "Zo is het wel weer genoeg geweest". Hij liet Dante knipogen op het podium in een duivels goed gedicht. Klasse.
Mooi was zijn vers over een late gast, van lang geleden, dat u hieronder kunt lezen.
We zien Merik van der Torren dan ook graag terug in De Grand Finale Poëzieslag aan het einde van het lopende seizoen: 5 mei 2004.


Late gast
Ik kreeg bezoek in de schemering.
Een lange gestalte, wit glansde zijn haar,
ging zitten in de makkelijke stoel,
een kopje koffie sloeg hij af,
zijn bleke ogen keken mijn hoofd door.
Ik ben 600 jaar oud, zei hij,
bijna zo oud als Methusalem,
er is een kamer vrij in het voorgeborgte,
daar kan je studeren op de grote vragen:
het al dan niet beginnen van het heelal
en de golfjes van de materie.
Wie bent u, vroeg ik geschrokken.
De la Torre uit 1400,
pak je spullen in, het is kort dag.

Merik van der Torren