Amsterdam maandag 18 juni 2018
HOME     MENU     AGENDA   DE WC DEUR POëZIESLAG INSCHRIJVEN CONTACT

TERUG




Verslag poŽzieslag 3 april 2007

Waar het mee begon was dat iedereen het erover had
verslag door Bernard Wesseling

Waar het mee begon was dat iedereen het erover had: hoe ons aller Eus was uitgenodigd voor de Nacht Van de Poezie in Utrecht, op de uitnodiging was ingegaan, het spreekgestoelte had bestegen met een dwarse dronk en een bek vol hete bliksem, waarna hij de voordracht van de gevestigde orde zodanig wist te verstoren dat hij bij kop en kont de artiestenuitgang werd uitgewerkt. De NRC sprak van schande, de Volkskrant van leven in de brouwerij. Unaniem was dat het Cheguevarra-achtige optreden van onze vriend voor de (nodige) opschudding had gezorgd. Verder bleef de revolutie uit, ook op deze avond. Niet in de laatste plaats omdat het aantal deelnemers bij aanvang danig bleek geslonken. 5 stuks, in totaal, moesten voor een avondvullend programma zorgen, liefst zo groots en meeslepend mogelijk. Aan ons zou het niet liggen, met als vanouds aan de toog: Jorrit de glijerige barman. In de onvolprezen jury: ‘Epic’ Sven en zijn Nora de eeuwige infanta, en natuurlijk Simon Vinkenoog, wonderkind pur sang- zowel medisch als poetisch. geflankeerd door zijn immer schitterende bruid Edith. En Sander Meij niet te vergeten, de eloquente querulant die ook vanavond weer onze presentator mocht heten. De laatste maande de rumoerige meute tot stilte terwijl Jorrit, die in het oog van de orkaan had gestaan, nog duizelde van de vele bestellingen. Huishoudelijkheden en spelregels werden gerecapituleerd voor hen die nieuw waren. De lichten dimden en iemand mompelde excuses voor het leunen op de lichtknop.De eerste deelneemster was een in zwart geklede blondine met knalrood opgestifte lippen, een zogenaamd fatale jongedame, Annelijn geheten. Haar voordracht is speels kakkineus, met de verontwaardiging van het vrouwendom rustend op haar smalle schouders. Van de inhoud valt te zeggen dat deze therapeutisch aandoet, met combinaties als ‘occupitaal verkwabde hersenkwab’, ‘ smeulende lichaamsvrucht’, en een regel die wat beter smaakt ‘je wilde in mij zwemmen, zei je. Mag ik je dan ook verdrinken?’ mannen huiveren bij de gedachte aan hun povere versierpogingen, vrouwen grijnzen. En, zoals we zullen zien, zal er een zijn vanavond die het lachen nooit vergaat, en die door Annelijn in de kaart lijkt te zijn gekeken.  Volgende dichteres is Kira. Geen kenau dit keer, maar een ontwapenend soort gek meisje dat je op de middelbare school te onrechte links hebt laten liggen en waar je fijn mee kunt blowen. Een beetje besmuikt is haar voordracht, maar dit valt net zo goed doeltreffend ingetogen te noemen. De inhoud is lichtzinnig en ondanks het feit dat ze op de schrijversvakschool is terechtgekomen, lees ik hier, heeft ze een gevoel voor humor weten te behouden. Treffend en grappig is een strofe waarin ze een zekere partner tijdens het douchen met een stuk zeep van zich af moet houden. En ook rept ze ergens van apen in een dierentuin die verstrooid dansen. ‘wow!’ roept iemand. Waarom niet.Wat zich nu het podium op heeft bewogen lijkt De Hoogstpersoonlijke Dood in de gedaante van een jonge dertiger. Martijn den Bakker de naam. Het hoofd van een al-gebruiker en het lijf van een bejaarde foetus, armen bekleed met de runes van eeuwen. Een stilte valt en even lijkt het of deze eenling, de gedichten trillend in de vuisten geklemd, de uitgespaarde knokkels wit-doortrokken, het bij een langdurig zwijgen houdt. Dan steekt hij van wal. en hoe.Een stroom van wilde associaties, waarin zijn verbeeldingskracht fluctueert tussen geweldig en beter, doet de kroeg verstommen. Hees, gedreven, zichzelf zichtbaar uitputtend, orakelt hij zijn leven bij elkaar. Regels als ‘ de winnaars hebben zichzelf weer eens gekozen’ en ‘ ik zoek de g-spot van mijn taal’ alsook ‘ wij eten louter rauwe uiwe, ouwe’ en ‘ ik droeg mijn huggies al baggy’ verraden een rap-inkling. Maar dat gaat hem goed af. En de regel ‘niet alles wat ik leuk vind wil ik hebben’ duidt erop dat hij niet vies is van enige filosofische reflectie. Een dik applaus is dan ook zijn deel. Meij heeft de pauze ingeluid en het personeel vermant zich tegen de influx van dorstigen. Ondertussen is het schrijverscollectief ‘Lubach en Van den Berg’, beter bekend als Arjen en Walter, gezeten aan een ronde tafel waaraan ook enkele dames hebben plaatsgenomen, druk doende een fictief dichterschap in het leven te roepen door hun beider namen te combineren. Er wordt besloten op Jan R Teerwal, en ook ik knik instemmend. Nu nog een geschikt oeuvre. De beurt is nu aan Roberta. Ze wordt ingeleid als een van de laatsten in haar soort als zijnde een ‘Vasalis-adept’. Vasalis, die kennen we allemaal en moge haar ziel in de hemel rusten, haar geheiligd dichterschap zij geprezen  (‘ dat ik u zien moet en u niet kan zijn’- was ooit een van mijn favoriet regels), Vasalis, ja. Maar alleen een mens zo puur van geest kan doen wat zij deed. Kwetsbaar zonder een bloedend hart, sterk zonder slag of stoot, hemelreikend vanuit plantsoenen, alleen zij kon dat. Ze is te voltooid om te imiteren, haar contact te persoonlijk. Toch is Roberta geen slechte, als je het mij vraagt. Met regels als ‘ dat de zon altijd laag zou staan, dat wilde ze toen’ –weliswaar niet de meest originele maar wel een mooie onmachtige. Bovendien had ze het een vorige keer, toen ze hier voor het eerst was, over ‘de vrouw met het vergeten lichaam’. That’s the shit, vind ik. Jammer blijkt nu dat ze zich heeft vergrepen aan een reeks wat ze noemt ‘slimmeriken’ dewelke van grootse virtuositeit niet getuigen, noch van een werkelijke affiniteit met het absurde – voorwaarden om zulke geinpoëzie aan de man te brengen.Hoewel ik wel houd van een ‘ gevomfaaide baby op een kleurenprint’ maar het is niet genoeg.De andere traktatie van deze avond is onze volgende deelnemer, Daas Kuiks. Een man met herman-van-veen-achtige trekken, actievoerder van beroep, eist de aandacht op met een reeks fantasiediergeluiden en we wanen ons meteen in de onbestaanbare rietkraag van een Martiaans weiland. Al snel tovert hij een clownsneus te voorschijn en zet deze op. Links van mij zegt een mij onbekend chagrijnig meisje hier al bang voor te zijn geweest. ‘prinsheerlijk lig ik naast mijn witte paard’ luidt een regel die mij bij staat, maar op dit punt schiet het verslaggeven er een beetje bij in, een direct gevolg van de gratis consumpties die ik vanaf het begin gestaag heb laten aanrukken.Ik besef dat ik mijn rapport, teneinde niet te hoeven opschorten, toch compacter zal moeten maken. Dit ook in verband met de hierop volgende pauze. Aldus geschiedde.Pim Te Bokkel, succesvol debutant bij Nieuw Amsterdam (met zijn bundel ‘wie trekt de regen aan’) toont zich sigaarroker en doet nog een nummertje, waarin hij met de Bokkeliaanse tussenpoze een ode aan het dichterschap van Sander Meij onder woorden brengt. ‘ ik ben slechts een gedicht voor... iemand’ heet het vehikel, en er wordt veel en steeds gretiger gelachen.In de tweede ronde, die ik omwille van mezelf korter zal beschrijven dan nodig is, zijn na juryberaad Annelijn, Kira en Martijn beland. Het lijkt me een juiste keuze.In omgekeerde volgorde worstelen de drie zich door hun minuten heen met Martijn die ons te meer verrast met een nog wervelender en opgejaagder voordracht waarin hij in een gedicht uit een stuk (zijn stiel is die van de lange aanloop, recht op de afgrond af, waarbij het klapwieken al meteen begint) met de gebruikelijke noodzaak brengt. Een morbide sprookje ontvouwt zich over een dag aan zee in een stream of consciousness waar je u tegen zegt, eindigend met de regel ‘ ik denk dat ik  je morgen maar in een bos neerleg’. Een briljante uitsmijter.
Dan Kira weer. Een gedicht over de ellende die Club 11 is komt op mij goed over, voorgoed klaar als ik ben met het uitgaansleven dat meer vraagt dan kroegzitten, en ik ben nu meer dan bereid om een regel als ‘ ik denk aan die keer dat hij de spekjes door het huis gooide’ als oprecht hilarisch te ervaren.
Annelijn maakt zich op voor haar beurt. En bestijgt het podium. We zien een verbeterde versie, sterker nog, ze is bij vlagen zeer goed. Enkele regels: ‘en al die tijd had je krullen’ en  ‘een kloppend zwellichaam als een statief zonder kunstwerk’ bij de laatste verzucht mijn vriend Chiel, rechts van mij gezeten: ‘ allemaal seks’. En zo is het. Freud zou er een kluif aan hebben.

Het einde is daar. De jury is aan de beurt. Winnaar van de publieksprijs is Martijn geworden. Winnaar van de finale...Martijn. de dood grijnst ons vanaf het podium tegemoet en ik ben dronken. Maar vanavond wordt er in ieder geval niet afgerekend.